Ja, ik heb een woning van ruim een half miljoen gekocht. Niet omdat ik rijk ben, maar omdat ik in de juiste tijd heb gekocht en verkocht. En ja, ik verdien bovenmodaal. Niet omdat ik beter ben dan een ander, maar omdat ik kansen heb gekregen die lang niet iedereen krijgt. Vroeger, toen ik nog wat minder van de wereld had gezien, was ik lid van de VVD. Toch stem ik tegenwoordig liever links.
Ik heb mijn hele loopbaan in de zorg- en welzijnssector gewerkt. Ik heb gezien wat armoede met mensen doet: hoe structurele stress je denken vertroebelt, hoe schaamte mensen doet verdwijnen uit beeld, hoe kinderen opgroeien met het gevoel dat ze minder waard zijn. Armoede is geen individueel falen, het is een maatschappelijk tekort. En het is de voedingsbodem voor veel van wat we “maatschappelijke problemen” noemen. Van verslaving tot schooluitval, van criminaliteit tot burn-out.
We praten graag over “de hardwerkende Nederlander”, maar die werkt niet alleen op kantoor of als zelfstandige. Die werkt ook in de thuiszorg, in de logistiek, in de schoonmaak. Mensen die letterlijk de motor van ons land draaiende houden, maar vaak zelf op hun tandvlees lopen. Juist voor die groep wil ik dat er beter gezorgd wordt. Niet uit medelijden, maar als erkenning.
Natuurlijk voel ik ook de verleiding van rechts beleid
Natuurlijk word ik blij van mijn hypotheekrenteaftrek, lagere lasten en financiële ruimte. En als ik niet oplet hou ik aan het einde van mijn geld een stuk maand over. Want genieten van het leven doe ik zeker en het mag altijd meer. Ik klaag, ik zeik, ik zanik als er weer een rekening van de tandarts op mijn deurmat valt. Ik betaal toch verdorie een dure zorgverzekering? Maar stemmen puur uit eigenbelang voelt voor mij als wegkijken. Alsof ik zeg: zolang ik het goed heb, is het goed. Zo denk ik niet. Want solidariteit zou geen politieke richting moeten zijn, het zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn. Want waar ik schoorvoetend die tandartsrekening betaal, zijn er ook mensen die niet eens naar de tandarts kunnen.
Ondernemers zijn geen tegenpool van solidariteit
In mijn omgeving zitten veel ondernemers. Een vriendin runt een prachtig bedrijf met natuurlijke producten waarmee ze mensen helpt om gezonder te leven. Een vriend van me heeft een bouwbedrijf, een hardwerkende dijk van een vader die dag in, dag uit knokt om zijn grote gezin te voeden en hun een toekomst te bieden. Een andere vriend runt een sportschool en een sportwinkel, zijn passie en zijn levenswerk en vol trots prijken de kids waar hij het voor doet regelmatig op zijn socials met zijn nieuwste kleding en gadgets om klanten te trekken. Tijdens de coronacrisis waren dit de mensen die de harde klappen vingen. Het midden- en kleinbedrijf moest knokken om te overleven, terwijl grote bedrijven als Schiphol en KLM miljardensteun kregen. Mijn vriendin kon nog deels online door, maar de sportschool ging op slot, de winkel dicht en het bouwbedrijf liep tegen regelgeving, leveringsproblemen en soms beboete vertragingen aan.
Deze mensen zijn geen profiteurs. Dat zijn mensen die keihard werken, vaak zonder vangnet. En juist daarom geloof ik dat links beleid niet tegen hen is, maar voor een eerlijker balans. Links stemmen betekent voor mij niet dat ik anti-ondernemer ben, verre van. Het betekent alleen dat ik wil dat welvaart niet ophoudt bij de bovenste 10%.
Ik gun iedereen groei en succes. Maar ik geloof niet dat geluk alleen te meten is in geld. Een samenleving waarin kinderen zonder ontbijt naar school gaan, waarin ouderen eenzaam sterven en jongeren structureel stress ervaren, is geen gezonde samenleving.
Daarom stem ik liever wat meer naar links: omdat welzijn voor mij zwaarder weegt dan welvaart. Ja, dat betekent dat ik soms meer belasting betaal. Maar ik doe dat met liefde, omdat ik geloof dat we sterker worden van gelijkwaardigheid. En eerlijk gezegd: dat geeft mij meer rust dan een extra etentje per maand.
Ik begrijp andersdenkenden echt wel
Laat één ding duidelijk zijn: ik veroordeel niemand die anders stemt. Een goede vriend van mij stemt VVD, een ander CDA. Ik kan dat prima respecteren. Het zijn andersdenkende partijen. Niet iedereen hoeft de wereld door mijn bril te zien.
Wat mij wel zorgen baart, zijn de populistische partijen. Wat ik zie is dat politieke gesprekken steeds vaker verzanden in feiten versus emotie. In plaats van te luisteren naar elkaar, zoeken mensen bevestiging van hun eigen gelijk. En dat is precies waar populisme van leeft: het speelt in op gevoel, niet op inhoud. Populistische partijen, zowel links als rechts, bieden vaak simpele antwoorden op complexe problemen. Ze zeggen wat mensen voelen, niet wat ze weten. Dat werkt goed in tijden van onzekerheid, want angst en frustratie zijn krachtige brandstoffen. Maar het maakt het gesprek over oplossingen onmogelijk, omdat nuance verdwijnt. We horen dan kreten als “de elite pakt alles af”, “de asielcrisis is de schuld van links”, of “zij luisteren niet naar het volk”. Terwijl de werkelijkheid meestal veel ingewikkelder is, en minder spannend om op een spandoek te zetten. Ik snap waar die emotie vandaan komt. Mensen voelen zich niet gehoord, niet gezien. De wereld verandert razendsnel, prijzen stijgen, en politici lijken ver weg. Maar als we alleen nog politiek bedrijven vanuit gevoel, zonder ruimte voor feiten, dan verliezen we onze koers.
Compassie als kompas
Links stemmen, voor mij, gaat niet over ideologie. Het gaat over compassie. Over de bereidheid om verder te kijken dan je eigen straat, je eigen portemonnee of je eigen comfortzone. Ja, ik ga met mijn ondernemende vrienden graag uit eten. Maar terwijl wij aan tafel een fles wijn bestellen, zijn er gezinnen die zich afvragen hoe ze het licht aanhouden. En dát is wat ik erg vind. En dáárom stem ik liever op een partij die dat probleem niet wegpoetst, maar aanpakt.
Als ik met één stem kan bijdragen aan een iets eerlijkere verdeling, aan iets minder stress voor gezinnen die het moeilijk hebben, dan is dat voor mij een logische keuze. Dan sla ik met liefde een etentje over: ik kruip liever op de bank bij mijn vriendin om samen nieuwe strategieën voor onze webshops te bedenken, onderhandel via WhatsApp scherper met mijn vriend over een eerlijke prijs voor het stucwerk (en prik ‘m lekker met sarcasme), en storm ik op koopavond vol energie de sportwinkel van mijn maatje binnen om hem en zijn collega onverwacht te knuffelen alsof we elkaar jaren niet hebben gezien. Dat stukje welzijn doet meer met mij dan dat ik weer zestig euro in een restaurant neertel terwijl mijn overbuurvrouw de te verdelen doperwten zit te tellen.