We hebben een probleem. Waarom zoeken we liever een schuldige dan een oplossing?

We hebben een probleem. Waarom zoeken we liever een schuldige dan een oplossing?

“Meisje, meisje, zie je niet hoe Nederland verandert in een derdewereldland?” “Ga erheen dan, ga helpen.” “Ben jij psychiater? Mag ik jouw papieren even zien?” “Dom meisje, je hebt nog veel te leren.”

Dat waren niet de reacties op een extreme politieke stelling. Dat waren de reacties nadat ik onder een nieuwsbericht schreef dat het goed is dat hulpverleners, ondanks de risico’s, asielzoekers in Ter Apel blijven helpen. Mijn punt was simpel: “Je spreekt hier van werken met een zwaar getraumatiseerde doelgroep met PTSS-reacties. Dat is niet vergelijkbaar met bewust agressief gedrag als tijdens protesten de boel in de fik steken.” Je mag het daar natuurlijk mee oneens zijn. Dat heet een discussie. Maar wat volgde, was geen discussie. Er kwam geen onderbouwing, geen inhoudelijke weerlegging en geen poging om mijn argument te begrijpen. Er kwamen etiketten. “Meisje.” “Dom.” “Ga zelf helpen.” “Ben jij psychiater?” En juist dát is misschien wel een van de grootste problemen van het huidige debat. Niet alleen de opvangcrisis zelf, maar ook de manier waarop we erover praten.

Wie de media volgt, krijgt gemakkelijk de indruk dat Nederland wordt overspoeld. Daarom is het goed om eerst naar de omvang te kijken. In 2025 deden ongeveer 24.100 mensen een eerste asielaanvraag in Nederland. Daarnaast kwamen ongeveer 16.500 nareizigers. Samen is dat ongeveer 0,22 procent van de Nederlandse bevolking. Dat is geen onbelangrijk aantal en het vraagt uiteraard om beleid, opvang, huisvesting en organisatie. Maar het is ook geen bevolkingsgroep die in haar eentje de complete Nederlandse samenleving leegtrekt of ontwricht. Toch beheerst asiel al jaren een buitenproportioneel deel van het publieke en politieke debat. Dat komt mede doordat een relatief kleine groep heel zichtbaar wordt wanneer de overheid opvang jarenlang slecht organiseert.

Ter Apel is namelijk niet simpelweg vol omdat er ineens onvoorstelbaar veel mensen Nederland binnenkomen. Ter Apel is ook het eindpunt van jarenlang bestuurlijk falen. Zodra de instroom daalt, wordt opvangcapaciteit afgebouwd. Wanneer de instroom daarna weer stijgt, moet er halsoverkop noodopvang worden geregeld. Statushouders kunnen ondertussen niet doorstromen omdat er te weinig woningen zijn. Daardoor blijven opvangplekken langer bezet dan nodig. Nieuwe asielzoekers kunnen nergens terecht en vervolgens spreken we opnieuw over een crisis. Niet omdat niemand dit zag aankomen, maar omdat opeenvolgende kabinetten het probleem voor zich uitschoven. Een opvangcrisis is dus niet automatisch hetzelfde als een instroomcrisis. Het kan ook een organisatiecrisis, een huisvestingscrisis en een bestuurlijke crisis zijn.

Een van de meest gehoorde uitspraken is dat vluchtelingen “alle huizen afpakken”. Dat klopt niet. Wel krijgen statushouders woningen, en dat moet je niet ontkennen. In 2023 ging ongeveer acht procent van de vrijgekomen corporatiewoningen naar huishoudens met een statushouder. Dat betekent automatisch ook dat meer dan 92 procent van die woningen naar anderen ging. Ja, voor mensen die al lang op een sociale huurwoning wachten, kan iedere extra toewijzing voelbaar zijn. Maar nee, statushouders krijgen niet alle woningen en zij hebben het woningtekort ook niet veroorzaakt. Dat tekort is jarenlang opgebouwd door te weinig woningbouw, een groeiende bevolking, kleinere huishoudens, slechte doorstroming en politieke keuzes. Statushouders komen terecht in die schaarste. Ze hebben die schaarste niet ontworpen.

Dan komt vrijwel altijd de vraag: “Maar hoe zit het dan met Nederlandse daklozen?” Dat is een terechte en belangrijke vraag. Ook ik vind het onacceptabel dat mensen jarenlang op straat leven. Alleen valt op dat de dakloze Nederlander vaak pas zichtbaar wordt onder berichten over vluchtelingen. Alsof zijn ellende vooral bruikbaar is wanneer die tegenover de ellende van een ander kan worden gezet. Waarom mogen we niet gewoon constateren dat beide problemen ernstig zijn? Waarom zou de oplossing voor Nederlandse dakloosheid zijn om vluchtelingen geen hulp meer te geven? Wordt een dakloze Nederlander daardoor ineens geholpen? Nee. Dan heb je simpelweg twee groepen mensen die tussen wal en schip vallen.

Dat is precies wat er misgaat in dit debat: het ene probleem wordt steeds gebruikt om het andere probleem ongeldig te verklaren. Alsof je maar om één groep tegelijk kunt geven. Alsof menselijkheid een beperkte voorraad is. Alsof bescherming voor de één automatisch rechten van de ander afpakt. Natuurlijk kan er in de praktijk druk ontstaan op woningen, zorg, onderwijs en gemeentelijke voorzieningen. Maar dat is in de eerste plaats een verdelings- en capaciteitsvraagstuk. De overheid bepaalt hoeveel woningen worden gebouwd, hoeveel opvangplekken beschikbaar zijn, hoe lang procedures duren en hoe voorzieningen worden georganiseerd. Een vluchteling bepaalt dat niet.

Een zondebok is eenvoudiger dan een oplossing. Geen woning? Vluchtelingen. Druk op de zorg? Vluchtelingen. Overvolle opvang? Vluchtelingen. Onveiligheidsgevoel? Vluchtelingen. Daarmee verdwijnen tientallen jaren woningbeleid, bezuinigingen, uitvoeringsproblemen en politieke keuzes uit beeld. Het voelt overzichtelijk als één groep kan worden aangewezen als oorzaak. Dan hoeft niemand meer te kijken naar het systeem, naar falend beleid of naar de eigen politieke voorkeuren. Maar een eenvoudig verhaal is nog geen waar verhaal.

En toen kwam de discussie. Of beter gezegd: die kwam niet. “Meisje, meisje, zie je niet hoe Nederland verandert in een derdewereldland?” is geen argument. Het is een poging om iemand kleiner te maken. Niet ingaan op wat iemand zegt, maar suggereren dat zij naïef, onwetend of kinderlijk is. “Ga erheen dan, ga helpen” is ook zo’n klassieker. Alsof je pas een mening mag hebben over de brandweer wanneer je zelf huizen blust, of over de zorg wanneer je zelf chirurg bent. We leven juist in een samenleving waarin we publieke taken gezamenlijk organiseren. Je hoeft geen opvanglocatie in je achtertuin te bouwen om te mogen vinden dat mensen menswaardig behandeld moeten worden.

“Ben jij psychiater? Mag ik jouw papieren even zien?” klinkt kritisch, maar is vooral een manier om het gesprek af te leiden. Ik zou volgens die redenering moeten bewijzen dat ik deskundig genoeg ben om iets te zeggen over trauma, terwijl degene die mijn uitspraak afwijst zelf geen enkel bewijs hoeft te leveren. De bewijslast wordt dus maar één kant op gelegd. Niet om de waarheid te achterhalen, maar om de ander monddood te maken. En als dat niet lukt, blijft er altijd nog “dom meisje” over. Dat is misschien wel de eerlijkste reactie van allemaal. Zodra de argumenten op zijn, blijft alleen de persoon nog over om aan te vallen.

Polarisatie begint niet bij een verschil van mening. Polarisatie ontstaat wanneer we stoppen met luisteren. Wanneer iedere nuance wordt gezien als verraad. Wanneer iemand niet langer een mens met argumenten is, maar alleen nog “links”, “rechts”, “woke”, “racist”, “naïef” of “extremist”. Je hoeft niet vóór onbeperkte immigratie te zijn. Je mag vinden dat grenzen strenger moeten. Je mag vinden dat opvang beter georganiseerd moet worden. Je mag vinden dat overlast harder aangepakt moet worden. Je mag ook vinden dat mensen die bescherming nodig hebben fatsoenlijk behandeld moeten worden. Die standpunten kunnen naast elkaar bestaan. Maar zodra we ophouden elkaar vragen te stellen en alleen nog etiketten plakken, lossen we niets meer op.

Misschien moeten we daarom stoppen met vragen wie de schuldige is en beginnen met vragen waarom we al jaren te weinig woningen hebben, waarom opvangcapaciteit steeds opnieuw wordt afgebouwd, waarom procedures zo lang duren, waarom Nederlandse daklozen én vluchtelingen vastlopen en waarom we telkens kiezen voor crisismanagement in plaats van structureel beleid. Want zolang we blijven roepen “dom meisje”, “ga dan zelf helpen” en “ben jij psychiater?”, wordt er geen extra woning gebouwd, komt er geen opvangplek bij en verdwijnt er geen dakloze van straat.

We hebben een probleem. De volwassen reactie is niet: wie kunnen we aanwijzen als schuldige? De volwassen reactie is: hoe lossen we het op?

Terug naar blog