Hoe geld onze menselijkheid opslokt
Van ruilmiddel tot heilig doel
Ooit was geld gewoon een handig ruilmiddel. Je kon er graan, vee of arbeid mee verhandelen zonder dat je alles één op één hoefde te ruilen. Maar in de loop van de tijd is dat totaal veranderd. Geld werd meer dan een middel: het werd een doel op zich. Rijkdom werd de maatstaf voor succes en status.
In de vorige eeuw draaide alles om economische groei. Hoe meer cijfers omhoog gingen, hoe beter het land het zogenaamd deed. Alles moest meetbaar zijn: rendement, winst, percentages. Dingen die je niet zo makkelijk in cijfers vangt, zoals welzijn, verbondenheid, veiligheid, verdwenen langzaam naar de achtergrond. En nu, in deze eeuw, lijkt geld niet langer een hulpmiddel maar een soort heilig doel.
Wie geld oplevert, krijgt geld
Dat zie je overal terug. Bedrijven die geld opleveren, krijgen steun. Wie zorg nodig heeft of niets “oplevert”, wordt gezien als kostenpost. Neem KLM tijdens de coronacrisis. Er gingen miljarden naar het bedrijf, omdat het “essentieel voor de economie” zou zijn. Ondertussen stonden zorginstellingen met te weinig middelen, werden kleine ondernemers aan hun lot overgelaten en kregen culturele instellingen praktisch nul steun. De boodschap was duidelijk: als je groot bent en geld in het laatje brengt, staat de overheid voor je klaar. De rest mag het zelf uitzoeken.
Het politieke spel van kosten drukken
Werkgevers en woningcorporaties hebben dat spel heel goed door. Werkgevers schuiven zieke werknemers na een tijdje richting het 2e spoor. Niet omdat dat per se het beste is voor de werknemer, maar omdat na twee jaar ziekte de kosten naar het UWV gaan. “Passend werk” betekent dan meestal: iets dat goedkoop is en snel het dossier sluit. Ontwikkeling of scholing? Dat mag, zolang het niks kost. Zodra het wel een investering vraagt, is het einde verhaal.
Woningcorporaties werken hetzelfde. Structureel onderhoud wordt eindeloos uitgesteld, klachten worden afgedaan als “niet urgent” of verzanden in procedures. Iemand in mijn kring leeft in een woning waar de kruipruimte vol water staat en de energierekening door het dak gaat. Voor hem gaat het om gezondheid en bestaanszekerheid. Voor de corporatie is het gewoon een kostenpost in de jaarrekening. En omdat hij zijn woning overdag vaak ontvlucht om de stress en de kou te ontlopen, wordt hij óók nog beschuldigd van “niet-bewonen”. Zo wordt het slachtoffer ineens de schuldige gemaakt.
De psychologische tol
Maar dat cijferdenken heeft een prijs: de psyche van mensen. Wie steeds te horen krijgt dat zijn klacht “geen prioriteit” heeft of dat zijn plannen “te duur” zijn, voelt zich niet serieus genomen. Dat knaagt aan je eigenwaarde, maakt je onzeker of zelfs depressief. Het geeft stress, slaapproblemen en lichamelijke klachten. Het geeft het gevoel dat het toch geen zin heeft om te vechten, omdat niemand naar je luistert.
Ik merk dat zelf in mijn re-integratie. Officieel mag ik rondkijken en ontdekken wat bij me past. Maar zodra ik richting een opleiding of een echt duurzaam pad, in plaats van het kortste pad kijk, gaat de deur dicht: te duur. Mijn toekomst wordt teruggebracht tot 65% loon en een lager niveau, want dat is makkelijk en goedkoop voor de administratie.
En die vriend in mijn kring die met zijn woning worstelt, voelt precies hetzelfde. Zijn klachten verdwijnen in een map, zijn (geestelijke) gezondheid gaat achteruit, en ondertussen wordt hij ook nog in de verdediging geduwd met beschuldigingen van “niet-bewonen”. Dat doet misschien wel het meeste pijn: niet alleen moet je vechten tegen je omstandigheden, je moet óók nog vechten tegen het beeld dat van je wordt gemaakt.
Dit is geen incident. Het gebeurt overal. Het is wat er gebeurt als een hele samenleving wordt ingericht rond cijfers in plaats van mensen. Het gevolg: burgers verliezen vertrouwen in hun werkgever, hun woningcorporatie, hun overheid. Ze voelen zich verraden door een systeem dat hen niet ziet en niet hoort.
De voedingsbodem voor populisme
En precies dát is de voedingsbodem waarop partijen als de PVV, BBB en FvD groeien. Ze spelen handig in op het gevoel van niet gehoord worden. Op de woede en machteloosheid die mensen ervaren als ze vastlopen in systemen die vooral op geld draaien. Met harde leuzen en makkelijke vijandbeelden zoals “de elite” en “de asielzoeker”, bieden ze een simpele uitlaatklep voor echte frustratie.
Maar wie verder kijkt, ziet de leegte. Veel PVV-aanhangers noemen links een demoon of schuldig voor alles dat misgaat. Denk aan figuren als “Els Rechts” mijn simpele Zoetermeerse stadsgenootje met haar spandoeken en papegaaiende leuzen op het Malieveld. Die leuzen zijn gebaseerd op halve waarheden, zonder context, zonder cijfers.
En bovendien zonder zich te verdiepen in wat de PVV in de praktijk doet. Dat vind ik misschien nog wel het ergste. Ik heb me weleens verdiept in de stemmingen in de Tweede Kamer: uit analyses (o.a. door CBS en onderzoeksjournalisten) blijkt dat Wilders’ fractie vaak gewoon meestemt met de VVD. Juist die partij die staat voor marktdenken, voor bezuinigingen op zorg en onderwijs, voor ruimte voor woningcorporaties en werkgevers om kosten te drukken. PVV roept luid, maar als het erop aankomt, kiezen ze voor hetzelfde beleid dat gewone mensen juist verder in de knel brengt. En zijn aanhangers, waaronder simpele Elsje, maar roepen dat de Nederlander weer op 1 moet komen te staan.

En ja, dat kost geld
Natuurlijk kost het geld om zorg, onderwijs en woningen op orde te brengen. Natuurlijk kost het geld om mensen in re-integratie echt een kans te geven. Maar dat kunnen we ons prima veroorloven als we minder waarde hechten aan luxe en status, en meer aan zorg voor elkaar. Als geld weer gewoon een ruilmiddel wordt, in plaats van een statussymbool, maken we andere keuzes. Dan gaat minder geld naar bonussen, prestigeprojecten en belastingtrucs, en meer naar dingen die ons allemaal raken: zorg, onderwijs, wonen. Rijkdom wordt dan niet langer gemeten in bezit, maar in de kwaliteit van samenleven.
Wake-up call
We hebben onszelf wijsgemaakt dat de goedkoopste oplossing de beste is. Maar goedkoop is, zoals mijn oma vroeger zei, duurkoop. Zij stemde haar leven lang PvdA, omdat dat in haar tijd dé partij was die bestaanszekerheid en solidariteit bracht. Geboren in 1925 wist zij wat armoede en ongelijkheid betekenden. De PvdA stond toen voor betaalbare woningen, sociale zekerheid en onderwijs voor iedereen. Voor haar was dat vanzelfsprekend: het ging om samen vooruitkomen, niet om winstcijfers.
Die wijsheid geldt nog steeds. Goedkoop lijkt slim op korte termijn, maar uiteindelijk betalen we er de hoogste prijs voor: in stress, in gezondheid, en in vertrouwen dat afbrokkelt.
Ik weet nog niet precies op welke partij ik straks zal stemmen. Maar één ding weet ik wel: mijn stem zal sowieso naar links gaan. Ook al bezit ik een woning, een onderneming en verdien ik bovenmodaal. Ook al zou ik financieel meer voordeel hebben bij een rechtse partij, ik kies voor een menselijkere maatschappij. Na een jaar vol heftige gebeurtenissen in mijn eigen leven weet ik inmiddels wat écht telt. Status mag dan aantrekkelijk lijken, maar het levert geen rust, geen veiligheid en geen verbondenheid. Daarvoor ben ik bereid in te leveren.
De echte vraag is niet of we dit kunnen betalen. De echte vraag is of we ons nog langer kunnen veroorloven om zo met elkaar om te gaan. Willen we een samenleving waarin geld ons kompas blijft, of een samenleving waarin de mens weer centraal staat? Het is tijd om wakker te worden. Tijd om door de leuzen heen te prikken. Tijd om te kiezen voor zorg boven status, voor mensen boven spreadsheets, voor een samenleving met ziel. De Nederlander weer op 1. Voor mij is dat linksom.
Geld boven mensen?
Tijdens corona kreeg KLM € 3,4 miljard, terwijl de hele cultuursector samen nog niet eens € 5 miljard kreeg. En de PVV? Die roept hard tegen “de elite”, maar stemt in de praktijk zo’n 60% mee met de VVD; juist de partij van marktdenken en bezuinigingen. Goedkoop lijkt slim, maar uiteindelijk kost het ons vertrouwen, gezondheid en samenleven. Tijd voor mensen boven spreadsheets.