We leven in een samenleving die draait op geld, prestatie, progressie en efficiëntie. Alles moet sneller, beter of meetbaar zijn. Zelfs herstel lijkt in die logica te moeten passen: een traject van stappen, protocollen en vinkjes. Maar de werkelijkheid van een lichaam dat in overlevingsstand staat, laat zich niet vangen in een spreadsheet.
Na mijn buitenbaarmoederlijke zwangerschap (EUG), die bijna mijn leven kostte, kwam ik terecht in een wereld waarin mijn zenuwstelsel en mijn binnenste niet meer meebewegen met de eisen van efficiëntie. Sindsdien leef ik in stilstand. Niet de serene stilstand van rust, maar de rauwe stilstand van een systeem dat niet vooruit kan en een wereld die maar door blijft duwen.
Tijdens mijn EUG verloor ik 2,8 liter bloed, kreeg ik drie bloedtransfusies en werd mijn eileider verwijderd. Medisch gezien werd ik 'gered', maar mijn lichaam registreerde iets veel fundamentelers: ik was in levensgevaar geweest. Een zenuwstelsel vergeet dat niet zomaar. Sindsdien voel ik het dagelijks. Mijn hoofd kan zeggen: 'Kom op, het valt wel mee'. Maar mijn lichaam gelooft dat niet. Stilte voelt onrustig. Ontspannen voelt gevaarlijk. Mijn systeem blijft scannen of er weer gevaar komt, alsof de oorlog nog niet voorbij is. En dat maakt zelfs gewone dingen zwaar.
Ik voel al een jaar stilstand.
Mijn perspectief is weg.
Ik zoek naar zingeving, maar niets houdt lang stand.
Ik huil, ik tril, ik staar voor me uit en ik schreeuw van binnen.
Mijn dagen zijn gevuld met huilbuien soms zacht en kort, soms heftig, maar altijd daar. Er is frustratie omdat sporten niet goed lukt door mijn knieblessure na een val van de trap. Die knie lijkt een detail, maar in werkelijkheid is het een voortdurende herinnering aan beperking: ik wil bewegen, energie voelen, mijn kracht terugvinden, maar elke poging loopt vast in pijn. De vermoeidheid is alomvattend: fysiek, mentaal, emotioneel. Het is alsof elke vezel in mijn lijf schreeuwt om pauze, maar de wereld me blijft duwen om door te gaan. Daarbovenop is er de stress uit privé-situaties; telkens weer nieuwe gebeurtenissen die mijn zenuwstelsel verder op scherp zetten. Alsof de bodem nooit stabiel wordt.
En dan is er mijn spiegel. De man die me afgelopen jaar zó diep raakte dat hij lagen van mij losmaakte die ik niet eens kende. Het was liefde, verlangen, intensiteit, maar ook pijn, verwarring en gemis. Wat dit zo onvoorstelbaar zwaar maakte, is dat ik een vorm van verliefdheid ervoer die ik nog nooit eerder had gekend: ik dacht eerst limerence, dat ik het me inbeeldde, maar het was wederzijds. Het was dubbelop, omdat het niet alleen ging om hem als uniek persoon, iemand die echt een snaar in mij raakte, maar ook omdat dit samenviel met de heftigste periode van mijn leven. Terwijl ik fysiek en emotioneel probeerde te overleven na mijn EUG die ik met hem deelde, werd mijn hart geopend én verscheurd door een liefde die alles overschaduwde. Want hij vertrok in de periode dat hij mijn stukje veiligheid was. Die ervaring sijpelt nog steeds door. Het brengt euforie als ik aan hem denk, maar ook leegte en gemis. Het trekt mijn systeem telkens terug naar herinneringen, hoop en teleurstelling. Hij zit in mijn systeem en alles herinnert me aan hem. Alsof mijn zenuwstelsel ook dáár niet kan rusten.
Men zegt vaak: rust is het beste medicijn. Maar voor mij klopt dat niet helemaal. Natuurlijk heeft mijn lichaam rust nodig, maar rust voelt niet automatisch veilig. Stilvallen kan juist de onrust versterken, omdat dan alle gevoelens en gedachten des te harder naar boven komen. Ook doorgaan zoals meer werken, meer presteren, meer stappen zetten, geeft me die veiligheid niet. Sterker nog, het geeft paniek.
Wat soms wel helpt, is afleiding. Niet als vlucht, maar als tijdelijk houvast. Als ik me omring met vrienden en we zijn er even niet mee bezig, dan kan mijn zenuwstelsel even ontspannen. Dan is er warmte, verbinding, lachen, even vergeten. Het is geen oplossing voor de lange termijn, maar het zijn die momenten die me ademruimte geven in een dagelijks leven dat vaak zo zwaar voelt.
Terwijl dit alles in mij speelt, botst het enorm met de buitenwereld waar ik eigenlijk nu even niks mee te maken wil hebben. Werk vraagt stappen. Instanties vragen protocollen. De maatschappij vraagt efficiëntie. Alsof ik in hetzelfde tempo mee kan doen, terwijl mijn lijf zegt: 'Stop, ik kan écht niet meer'. Re-integratieplannen zijn opgebouwd uit uren uitbreiden, taken toevoegen, vooruitgang bewijzen. Maar hoe bewijs je innerlijk herstel? Hoe leg je uit dat huilen óók een proces is? Dat stilvallen soms meer heling brengt dan nog een gesprek of nog een stap erbij? Je krijgt het gevoel dat je tekortschiet, omdat je niet in dat systeem past. Weer een negatief gevoel terwijl je van binnenuit het gevoel hebt om je heen te slaan om dat juist tegen te gaan. De waarheid die ik geleerd heb, is: mijn zenuwstelsel kan niet herstellen in de logica van geld en efficiëntie. Het heeft veiligheid, rust en zachtheid nodig.
Ik zit nu in die overgangsfase. Tussen overleven en léven. Het voelt fragiel, onzeker, soms uitzichtloos. Het ene moment lijkt er hoop, het volgende moment voelt het alsof alles weer wegvalt. Maar misschien ís dit helen? Niet het rechte pad dat de protocollen ons voorspiegelen, maar de kronkelige weg waarin vallen, huilen, zoeken en soms weer opstaan onderdeel zijn van vooruitgang? Ik leer stap voor stap dat helen niet alleen 'innerlijk werk' is, maar ook keuzes in de buitenwereld vraagt. Loslaten wat leegzuigt. Mijn baan. Mensen. Grenzen stellen in een wereld die maar doordendert. Kiezen voor mensen en plekken die veiligheid brengen. En erkennen dat ook afleiding, in de vorm van verbinding met anderen, soms precies is wat me soms even erdoorheen helpt.
Ik ben niet kapot. Ik ben niet zwak. Mijn zenuwstelsel doet precies wat het moet doen: mij beschermen, omdat het nog niet gelooft dat ik veilig ben. Maar ik wil leren. Ik wil mijn lichaam laten ervaren dat rust kan, dat liefde niet altijd verlies betekent, dat stilte ook thuis kan voelen. Ik weet alleen niet hoe. Ik weet alleen hoe NIET. Dat leren lukt je niet in een wereld van vinkjes en protocollen. Dat leer je alleen in een omgeving die echt veilig voelt. Daar kan mijn systeem ademen. Daar kan ik stoppen met overleven.
Daar kan ik beginnen met léven. Ik vraag me alleen af hoe lang het nog moet duren voor ik daar weer ben... want dat is toch wat we leren? Dat alles draait om geld, prestatie, progressie en efficiëntie?
