Vandaag ging ik een tattoo laten zetten. Niet zomaar een tattoo, maar een ontwerp vol symbolen die ieder een deel van mijn verhaal dragen. Over verlies. Over veerkracht. Over liefde. Over opnieuw beginnen. Over trouw blijven aan mezelf, juist wanneer het leven allesbehalve vriendelijk met me omgaat.
Onderweg naar de tattooshop stond ik bij een stoplicht. En ineens stond hij naast me. We draaiden onze ramen open. Ik vroeg hoe het met hem ging. Hij antwoordde wat geschrokken dat het goed ging. Het was kort, onwennig. Daarna sprong het licht op groen en reden we allebei verder.
Zo’n ontmoeting duurt misschien nog geen minuut, maar kan alles in één klap weer openbreken. Ik voelde blijdschap omdat ik hem zag. Pijn omdat hij zo dichtbij en tegelijk onbereikbaar was. Verwarring omdat iemand die ooit zo vertrouwd voelde mij nu negeert, behalve bij het stoplicht, alsof er iets tussen ons is gebeurd waarvoor ik gestraft moet worden. Terwijl wij nooit met ruzie uit elkaar zijn gegaan.
Na die ontmoeting stuurde ik hem een spraakbericht via WhatsApp. Ik vroeg hem nergens om. Niet om terug te komen. Niet om opnieuw een plek in zijn leven te krijgen. Niet om een gesprek waarin alles alsnog wordt opgelost.
Ik vroeg alleen om menselijkheid. Dat we elkaar, na alles wat we hebben gedeeld, toch gewoon gedag zouden moeten kunnen zeggen, niet alleen als het universum ons precies op deze dag confronteert. Dat een felicitatie, een vriendelijk woord of een klein teken van erkenning toch niet hetzelfde hoeft te zijn als grenzen overschrijden.
Maar hij opent het bericht niet. En dat doet iets met een mens. Want iemand van wie je heel veel houdt verliezen is al pijnlijk. Maar voelen dat je niet alleen uit iemands leven, maar ook uit zijn geschiedenis wordt verwijderd, is nog iets anders. Alsof wat er bestond alleen bestaansrecht had zolang het hem uitkwam.
Alsof ik daarna niet meer mag bestaan.
Juist vandaag liet ik opnieuw een pioenroos op mijn lichaam zetten. In mijn eerdere tattoo zat ook al een pioenroos. Die was aan hem verbonden. Aan de buitenbaarmoederlijke zwangerschap die ik verloor en die van hem was en de kwestie van leven en dood waar het besef veel later van kwam, toen hij al weg was.
Die roos stond voor mijn tweede leven, de pioenroos specifiek voor zijn geboortemaand.
Nu is er opnieuw een pioenroos. Maar deze keer beginnen de blaadjes te verwelken. Omdat vanuit dat verlies een ander leven ontstaat. Mijn leven. Een leven waarin ik niet langer alleen probeer te overleven, maar opnieuw probeer te kiezen, te voelen en te groeien.
Het oude verwelkt om voeding te geven aan iets nieuws. Naast die pioenroos staat een vergeet-me-nietje. Voor hem. Om hem toch te eren in wat hij voor mij heeft betekend. En eerlijk gezegd nog steeds betekent. Want nee ik ben en kan hem niet vergeten.
Hij kan verdwijnen uit mijn dagelijks leven, maar niet uit mijn hart. Mijn gevoel voor hem verandert niet omdat hij zwijgt. Ik hou niet minder van hem omdat hij mij negeert. Daarvoor was mijn gevoel voor hem te sterk. Zo sterk dat het geen vorm behoefde. Ik heb dat nooit eerder gevoeld voor iemand en dat zegt mij alles. Liefde laat zich ook niet op commando beëindigen omdat de ander heeft besloten dat contact te ingewikkeld is geworden.
Ik hou nog evenveel van hem. Misschien zelfs op een pijnlijkere manier, omdat ik inmiddels weet dat liefde niet altijd leidt tot nabijheid. Niet omdat ik dat niet wil; ik sta nog steeds open voor alle vormen van contact. Van alleen menselijkheid tot aan alles erop en eraan. Zo voelt het nu eenmaal.
Dat vergeet-me-nietje vraagt niets van hem. Het eist geen plek op. Het zegt alleen: jij was er. Jij hebt iets betekend. Wat wij deelden was echt. En ik zal niet doen alsof dat niet zo is, alleen omdat jij daar nu blijkbaar niet meer naar kunt kijken.
Ik hoop dat er ooit een dag komt waarop wij elkaar weer gewoon als mensen kunnen ontmoeten. Niet als geliefden. Niet als een geheim. Niet als een bedreiging voor het leven dat hij heeft gekozen. Maar als twee mensen die iets moois en belangrijks, en voor mij levensveranderend, met elkaar hebben gedeeld. Twee mensen die elkaar ooit diep hebben geraakt. Twee mensen die elkaar niet hoeven vast te houden, maar ook niet hoeven uit te wissen.
Ik hoef niet terug naar wat het was. Ik wil alleen niet langer behandeld worden alsof ik nooit heb mogen bestaan.
Mijn tattoo vertelt daarom niet alleen het verhaal van verlies. Hij vertelt ook dat niemand mijn geschiedenis van mij kan afnemen. De pioenroos mag verwelken. Het vergeet-me-nietje blijft.
En ergens daartussen ontstaat langzaam een nieuw leven.
Het mijne. En ik hoop dat ook hij verder mag bloeien en er op een dag weer ruimte voor menselijkheid is zodra zijn blaadjes van het verleden verwelken.