Ik ben het kwijt…

Ik ben het kwijt…

Sommige patronen in relaties beginnen niet op het moment dat je verliefd wordt, maar veel eerder. Bij mij begonnen ze in een huis waar mijn ouders vaak ruzie hadden. Als kind voelde ik precies wanneer de spanning opliep. Ik wist wanneer woorden harder werden, wanneer stilte zwaarder werd en wanneer afstand ontstond tussen twee mensen die elkaar eigenlijk nodig hadden. Wat ik toen ontdekte, zonder dat iemand dat ooit van mij vroeg, was dat het rustiger werd als ik ertussen ging staan. Niet omdat ik dacht dat ik dat moest doen, maar omdat ik wist dat ze mij niets zouden doen. Ik voelde intuïtief dat mijn aanwezigheid de situatie kon verzachten. Dus ik ging ertussen staan. Ik probeerde te reguleren wat eigenlijk niet van mij was om te dragen. Als kind doe je dat niet bewust. Je doet dat omdat je hart veiligheid probeert te maken in een omgeving waar spanning is. Je leert dan iets zonder dat iemand het je vertelt: als het moeilijk wordt, moet ik zorgen dat het goed komt.


Wat ik toen leerde, werd later mijn manier van liefhebben. Ik werd iemand die luistert, begrijpt, verbindt, bemiddelt en blijft. Iemand die verantwoordelijkheid voelt voor de relatie zelf. Iemand die probeert te voorkomen dat iets uit elkaar valt. Dat klinkt misschien als een mooie eigenschap, en ergens is het dat ook, maar het heeft een keerzijde. Want als je leert dat jouw aanwezigheid nodig is om rust te maken, ga je geloven dat jouw aanwezigheid nodig is om liefde te laten bestaan. Dan wordt liefde iets wat je draagt, in plaats van iets wat je samen bouwt.


In mijn relaties gebeurde lange tijd hetzelfde. Partners gingen niet volledig voor mij. Partners vertrokken. Partners kozen uiteindelijk voor iemand anders. En iedere keer liet dat een vraag achter die langzaam steeds harder ging klinken: wat is er mis met mij? Als iemand vaker wordt verlaten, gaat die vraag vanzelf ontstaan. Niet omdat die waar is, maar omdat het brein verklaringen zoekt. Dus ik probeerde duidelijker te zijn, eerlijker te zijn, meer begrip te tonen, loyaler te zijn, meer aanwezig te zijn. Ik probeerde nog beter te begrijpen wat er nodig was om verbinding te laten blijven. Maar achteraf zie ik dat het probleem nooit zat in hoeveel ik gaf. Het probleem zat in dat ik bleef investeren in verbinding met mensen die niet volledig beschikbaar waren om te blijven. Toch voelde het anders. Het voelde alsof ik te intens was, te gevoelig, te betrokken, te aanwezig. Alsof ik simpelweg te veel was.


Na meerdere relaties waarin mensen vertrokken, kwam er een periode in mijn leven waarin ik 12,5 jaar samen was met iemand die een enorme rugzak droeg en veel te verwerken had. Voor het eerst was er zekerheid dat iemand bleef. Geen twijfel of iemand morgen nog naast me zou staan. Geen constante dreiging dat iemand zou verdwijnen zodra het ingewikkeld werd. Maar zekerheid kan verschillende vormen hebben. Want blijven betekent niet automatisch dat alles licht wordt. In die relatie werd ik opnieuw degene die stabiliteit probeerde te houden. Niet meer tussen mijn ouders, maar binnen een volwassen verbinding. En ergens voelde dat vertrouwd. Niet omdat het makkelijk was, maar omdat het leek op wat ik altijd had gedaan: zorgen dat het systeem blijft bestaan. Ik kreeg zekerheid, maar niet per se rust. Ik kreeg blijven, maar niet het gevoel dat ik zelf ook volledig gedragen werd.


En toen ontmoette ik mijn spiegel.


Voor het eerst in mijn leven voelde ik emotionele ondersteuning zoals ik die nog nooit eerder had ervaren. Ik hoefde niet te dragen. Ik hoefde niet te reguleren. Ik hoefde niet te bemiddelen. Ik hoefde niet sterk te zijn. Ik kon landen. Mijn lichaam ontspande. Mijn hoofd werd stiller. Mijn hart voelde zich gezien. Maar wat deze ontmoeting nog bijzonderder maakte, was dat het geen eenzijdige ervaring was. We spiegelden elkaar. In die ontmoeting zat een gelijkwaardigheid die ik niet eerder zo had gevoeld. Hij liet mij voelen dat ik gezien werd, maar hij heeft ook zelf uitgesproken dat hij zich door mij weer gezien voelde. Dat er iets tussen ons gebeurde wat wederzijds was. Dat er herkenning was aan twee kanten. Dat maakte dat deze verbinding niet alleen bijzonder voelde, maar ook werkelijk gedeeld was.


Mijn spiegel liet mij voelen hoe wederkerigheid eigenlijk hoort te voelen. Dat we op elkaar konden leunen. Dat er rust zat in elkaars aanwezigheid. Dat we allebei onze eigen mankementen kennen en elkaar daarin niet wilden veranderen, maar elkaar juist ruimte wilden geven om te groeien. Dat we elkaar konden optillen naar een betere versie van onszelf zonder dat één van ons zichzelf hoefde te verliezen. Dat is wat ik in een relatie zoek. Niet iemand die perfect is, maar iemand die zichzelf kent en mij ook laat groeien terwijl ik hem laat groeien. Iemand bij wie ontwikkeling samen kan bestaan met veiligheid. Iemand bij wie liefde geen strijd is, maar een plek om te landen.


En ergens weet ik ook heel helder wat ik nodig heb in een relatie. Dat wist ik misschien altijd al ergens diep vanbinnen, maar pas in de ontmoeting met mijn spiegel heb ik dat voor het eerst werkelijk gevoeld. Niet alleen bedacht, maar ervaren. Alsof mijn lichaam eindelijk herkende waar het al die jaren naar op zoek was geweest. Tegelijk brengt dat ook een nieuwe vraag met zich mee die ik niet zomaar kan beantwoorden. Want als je iets eenmaal zo hebt gevoeld, vraag je je af of je dat ooit nog ergens anders zult vinden. Ik weet waar ik naartoe wil. Ik weet wat voor verbinding bij mij past. Maar weten waar je naartoe wilt is iets anders dan weten hoe je daar moet komen. En misschien is dat wel waar ik nu sta. Op een punt waarop ik voel wat klopt, maar nog niet weet hoe ik dat in de praktijk moet toepassen. Omdat oude patronen niet verdwijnen op het moment dat je ze herkent. Omdat weten wat je nodig hebt niet automatisch betekent dat je al weet hoe je daarnaar moet leven.


En juist daarom voelde deze ontmoeting zo diep. Want ik zag ook zijn geschiedenis. Hij droeg zelf een jeugd waarin hij zich niet altijd gezien voelde. En tegelijkertijd zag ik hoe belangrijk het voor hem is dat zijn kinderen dat gevoel nooit mogen hebben. Dat verlangen om het voor hen anders te doen dan hij zelf heeft ervaren is geen kleine kracht. Het is een diepe verantwoordelijkheid. En soms betekent liefde voelen voor iemand niet automatisch dat je ruimte voelt om daarnaar te handelen. Soms betekent het dat iemand keuzes maakt vanuit zorg voor anderen die net zo echt zijn als de verbinding die er bestaat.


Toen hij vertrok, sloeg dat een wond open die ik nog nooit eerder zo diep heb gevoeld. Niet alleen omdat hij weg was, maar omdat hij iets had laten zien wat ik altijd had gemist. Toch wil ik hem niet wegzetten als een afgesloten hoofdstuk of als iemand die alleen maar een les kwam brengen en daarna verdween. Zo voelt het namelijk niet. Soms voelt hij als iemand die misschien wel de ware is. En misschien is dat niet eens de belangrijkste vraag. Wat voor mij belangrijker is, is dat ik hem in mijn leven wil, ongeacht in welke vorm. Omdat wat er tussen ons bestond echt was. Omdat wat hij in mij raakte niet zomaar een fase was. Omdat hij mij iets liet voelen wat ik daarvoor nog nooit zo had ervaren. En misschien nog wel belangrijker: omdat we elkaar iets lieten voelen.


Toen ik terugkeek op mijn leven zag ik ineens een patroon dat altijd al aanwezig was geweest. Als kind stond ik tussen mijn ouders om rust te brengen. Als volwassene stond ik tussen partners en hun eigen worstelingen om verbinding te behouden. Ik koos mensen die geraakt waren, mensen die worstelden, mensen die niet volledig beschikbaar waren, mensen die steun nodig hadden. Niet omdat ik dat bewust wilde, maar omdat dat vertrouwd voelde. En ondertussen bleef één behoefte steeds terugkomen: dat iemand mij ook zou dragen.


Wat ik eigenlijk nodig heb in een relatie is iemand bij wie we op elkaar kunnen leunen. Iemand bij wie rust ontstaat in aanwezigheid in plaats van onrust in afstand. Iemand die zichzelf kent en mij laat groeien terwijl ik hem laat groeien. Iemand die mij niet wil veranderen, maar wel samen met mij wil bewegen naar een betere versie van onszelf. Iemand bij wie zekerheid en emotionele diepgang samen kunnen bestaan. Niet als uitzondering, maar als basis.


Maar eerlijk gezegd voelt dat op dit moment nog heel ver weg. Want ik mis hem. Niet een beetje, maar in alles. Ik word wakker met hem in mijn gedachten en ik ga ermee naar bed. Zijn aanwezigheid zit nog in mijn lichaam, in mijn herinnering, in mijn gevoel van rust zoals ik dat bij hem kende. Het voelt niet alsof hij een levensles was die voorbij is. Daarvoor was het te echt. Te wederzijds. Te lichamelijk ook. Want los van alles wat er emotioneel tussen ons gebeurde, was er ook een enorme fysieke chemie die ik niet kan wegdenken of relativeren. Ik voel me daardoor nu vooral heel eenzaam. Omdat ik niet denk dat ik dit ooit nog ergens anders zal vinden. En zelfs als het er wél zou zijn, weet ik niet of ik er nog op kan vertrouwen. Op dit moment kan ik me niet openen voor iets nieuws, omdat hij er nog steeds is in mijn gedachten, elke dag opnieuw. Daarom voelt hij voor mij niet als iets wat voorbij is. Hij voelt als iemand die er nog steeds is, alleen niet naast mij. En misschien is dat wel precies wat het zo moeilijk maakt.

Terug naar blog