Hoe gaat het met je?

Soms denk ik dat de grootste pijn niet zit in wat mensen je aandoen, maar in wat ze weigeren te erkennen.

Toen Ketjap overleed, stuurde ik een bericht naar iemand die precies wist hoeveel die hond voor mij betekende. Hij wist wie Ketjap was. Hij wist ook wat ik allemaal had meegemaakt. Ik verwachtte geen groot gesprek, geen emotionele bekentenis en geen opening naar het verleden. Ik verwachtte eigenlijk maar één ding: menselijkheid. Eén woord was genoeg geweest. Sterkte.

Dat woord kwam niet.

Er kwam helemaal niets.

En hoe langer ik daarover nadenk, hoe meer ik besef dat mijn verdriet eigenlijk niet over dat bericht gaat. Dat bericht was slechts de druppel. De pijn zit veel dieper. Het raakt aan iets wat al veel langer onder de oppervlakte aanwezig is.

De afgelopen anderhalf jaar hebben mij veranderd. Niet op een gewone manier, maar op een manier die je leven in tweeën verdeelt. Er is een periode vóór alles wat er gebeurde en een periode daarna. En daarna verloor ik niet alleen een hond die jarenlang mijn maatje was, maar ook een stuk vanzelfsprekendheid. Het vertrouwen dat mensen die weten wat je hebt meegemaakt op zijn minst nog in staat zijn om je als mens te zien.

Eind 2024 ontdekte ik niet dat ik zwanger was. Ik ontdekte dat ik een buitenbaarmoederlijke zwangerschap had. Een zwangerschap die door hem was verwekt en die zich inmiddels had ontwikkeld tot een levensbedreigende medische noodsituatie. Binnen enkele uren veranderde mijn werkelijkheid volledig. Ik verloor bijna drie liter bloed, verloor een eileider en belandde op de operatietafel. Achteraf hoorde ik hoe ernstig de situatie werkelijk was geweest en hoe dicht ik bij een heel andere afloop was geweest.

Dat was geen romantisch verhaal. Het was geen gewenste zwangerschap en ook geen droom die uiteenspatte. Het was trauma. Een trauma dat zich niet alleen afspeelde in mijn hoofd, maar ook in mijn lichaam. En hoewel niemand schuld heeft aan de medische complicatie zelf, verandert dat niets aan het feit dat sommige gebeurtenissen mensen voor altijd met elkaar verbinden. Niet omdat ze dat willen, maar omdat het leven soms besluiten neemt zonder om toestemming te vragen.

Wat mij misschien nog het meest raakt, is dat de gevolgen van die gebeurtenis nooit echt zijn verdwenen. Ze leven nog steeds voort in mijn lichaam, in mijn littekens, in medische gevolgen waar ik nog altijd mee te maken heb en in momenten waarop ik onverwacht teruggeworpen word naar wat er toen gebeurde. Voor mij is het geen afgesloten hoofdstuk. Het is iets wat nog steeds onderdeel uitmaakt van mijn dagelijks leven.

Misschien is dat waarom zijn afwezigheid zo hard binnenkomt.

Niet omdat ik een relatie verwacht. Niet omdat ik een vriendschap verwacht. Niet omdat ik wil dat iemand zijn leven omgooit.

Maar omdat ik me oprecht afvraag wat de moeite is van een simpel berichtje waarin iemand vraagt hoe het met me gaat.

Gewoon een vraag. Gewoon menselijkheid. Gewoon de erkenning dat er ooit iets is gebeurd dat twee levens heeft geraakt en waarvan de gevolgen niet ineens verdwijnen omdat één van de twee besluit niet meer om te kijken.

Soms vraag ik me af of hij bang is voor het antwoord. Bang voor wat er zichtbaar wordt wanneer hij daadwerkelijk zou vragen hoe het met me gaat. Bang voor de pijn die hij dan onder ogen moet zien. Bang voor de realiteit van iets wat hij misschien liever achter zich laat. En dat wringt.

Want toen er intimiteit was, was er geen angst. Toen er verlangens waren, was er geen afstand. Toen er keuzes werden gemaakt die gevolgen konden hebben, was er geen terughoudendheid. Maar nu die gevolgen er daadwerkelijk zijn, voelt het alsof ze volledig bij mij zijn neergelegd.

Alsof de gebeurtenis ons allebei overkwam, maar slechts één van ons de rekening hoeft te betalen. Dat is misschien wel de kern van mijn verdriet.

Niet dat iemand uiteindelijk niet voor mij heeft gekozen. Mensen mogen hun eigen keuzes maken. Relaties eindigen soms. Omstandigheden kunnen ingewikkeld zijn. Dat begrijp ik allemaal.

Wat ik niet begrijp, is hoe iemand die zo nauw verbonden is aan één van de meest ingrijpende gebeurtenissen uit mijn leven zich volledig kan afsluiten voor de gevolgen ervan. Hoe iemand die weet wat er gebeurd is, die weet wat de impact daarvan was, zelfs geen moment van medemenselijkheid meer kan opbrengen wanneer opnieuw iets sterft waar mijn hart aan vastzat.

Juist daarom raakt het mij zo dat ik ondertussen signalen opvang dat er wel ruimte lijkt te zijn voor nieuwe contacten, nieuwe vrouwen en nieuwe aandacht. Misschien zijn die verhalen waar, misschien niet. Maar ze confronteren me wel met een ongemakkelijke vraag. Hoe kan iemand energie hebben voor nieuwe verbindingen, maar geen energie voor een simpel “hoe gaat het met je?”

Dat gaat niet over jaloezie. Dat gaat over verantwoordelijkheid. Hij beloofde me dat hij mij ook niet kwijt wilde maar niet anders kon door zijn keuze voor zijn gezin. Hij zou aan zichzelf gaan werken en beloofde me niet te vluchten in oppervlakkige contacten. Want wat we hadden was goed. Des te meer gaat het dus over de vraag waarom oppervlakkige aandacht soms makkelijker lijkt dan het erkennen van de gevolgen van een diepere verbinding en daarvoor niet alleen te vluchten, maar iemand die naar eigen zeggen belangrijk voor je was nu te behandelen alsof ze nooit heeft bestaan.

We leven in een tijd waarin mensen moeiteloos contact kunnen maken, maar steeds meer moeite lijken te hebben met betrokken blijven wanneer situaties ingewikkeld worden. Zodra verdriet, trauma of verantwoordelijkheid om de hoek komen kijken, lijkt verdwijnen soms makkelijker dan aanwezig blijven.

Misschien noemen we dat grenzen. Misschien noemen we dat zelfbescherming. Maar soms is het ook gewoon vermijding.

Soms is het makkelijker om iemand volledig uit je leven te wissen dan om te erkennen dat je een rol hebt gespeeld in een verhaal dat nog steeds gevolgen heeft.

En misschien is dat uiteindelijk waar mijn pijn zit. Niet in het verlies van liefde. Niet in het verlies van een relatie. Maar in het verlies van erkenning.

In het gevoel dat iets wat mijn leven voorgoed heeft veranderd voor mij nog iedere dag voelbaar is, terwijl de ander lijkt te doen alsof het nooit gebeurd is.

Want ik draag de gevolgen nog steeds. Na wat er gebeurd is stoppen gynaecologische problemen niet. Ik draag de littekens nog steeds. Ik draag het trauma nog steeds. En soms voelt het alsof ik dat helemaal alleen moet doen. Alsof het trauma uitsluitend van mij is. Alsof de gevolgen uitsluitend van mij zijn. Alsof de verantwoordelijkheid uitsluitend van mij is.

Terwijl wat er gebeurde ons allebei is overkomen, de zwangerschap door hem was verwekt en hij daar, hoe graag hij er misschien ook van wegkijkt, óók een verantwoordelijkheid in draagt.

Dat is misschien wat het meeste pijn doet. Niet dat iemand weggaat. Maar dat iemand die precies weet wat er gebeurd is, besluit niet meer om te kijken naar degene die de gevolgen van ook zijn handelen nog iedere dag met zich meedraagt.

Hoe gaat het met je? Sterkte!

Een kleine moeite, maar een groot gebaar. Maar kennelijk ben ik hem dat niet waard. Dat doet zo intens veel pijn en het zet vraagtekens bij wat echt was en wat niet. Ik vroeg hem om eerlijkheid en een gesprek maar het enige dat ik te horen kreeg was dat hij zijn keuze had gemaakt. Een keuze die voor mij niet eens een optie was. Hij zou daar blijven, dat stond al vast. Ik voel me weggezet als een lastige minnares, maar ik ben iemand met wie hij verbonden was die nu alle gevolgen van ook zijn keuzes draagt. En dat verscheurt me nog iedere dag.

Terug naar blog