Eerlijkheid en onveiligheid: een dunne scheidingsgrens

Er wordt vaak gezegd dat eerlijkheid het langst duurt. Maar niemand vertelt erbij hoe lang je zelf moet blijven staan terwijl die eerlijkheid tegen je wordt gebruikt. Niemand vertelt erbij hoe een eerlijk mens soms niet wordt gezien als betrouwbaar, maar als lastig. Niet als moedig, maar als bedreigend. Niet als iemand die iets zichtbaar maakt wat aandacht nodig heeft, maar als iemand die “gedoe” veroorzaakt. Alsof het probleem niet zit in wat er gebeurt, maar in degene die weigert te doen alsof het normaal is.

En daar wringt iets. Niet een beetje. Daar wringt iets fundamenteels. Want we leven in een maatschappij die aan de voorkant vol hangt met woorden als veiligheid, verbinding, transparantie, inclusie, zorgzaamheid en vertrouwen. Prachtige woorden. Je zou er bijna een warm dekentje van breien. Maar aan de achterkant werkt het vaak totaal anders. Daar wordt degene die eerlijk is soms geïsoleerd. Degene die pijn heeft, moet bewijzen dat de pijn echt is. Degene die grenzen aangeeft, wordt moeilijk genoemd. Degene die melding maakt van onveiligheid, wordt zelf onveilig gemaakt. En dan moet je daarna ook nog “loslaten”.

Dat woord. Loslaten. Alsof loslaten iets zachts is. Iets spiritueels. Iets wat je doet met een kop thee, een kaarsje en een diepe ademhaling. Maar soms is loslaten gewoon een ander woord voor: slik het maar in. Maak er geen punt meer van. Wees niet zo intens. Ga verder. Denk aan jezelf. Kies je rust. Alleen: wat als je rust juist kapot is gegaan door wat er gebeurd is? Wat als je niet strijdt omdat je drama zoekt, maar omdat je ergens diep vanbinnen voelt dat opgeven nog meer van je afpakt dan doorgaan?

Er bestaat een soort maatschappijmoeheid waar bijna niemand woorden voor heeft. Niet de vermoeidheid van een drukke week of te weinig slaap, maar de vermoeidheid van steeds opnieuw merken dat systemen vooral goed werken zolang jij niet kwetsbaar wordt. Zolang je gezond bent. Zolang je meebeweegt. Zolang je netjes binnen de lijnen blijft kleuren. Zolang je niet te veel vraagt, niet te veel voelt, niet te veel ziet en vooral niet te duidelijk benoemt wat anderen liever bedekt houden. Maar word je ziek, geraakt, afhankelijk, eerlijk, kritisch of emotioneel uitgeput, dan verandert de toon. Dan wordt zorg ineens procedure. Dan wordt luisteren ineens dossiervorming. Dan wordt menselijkheid ineens beleidstaal. Dan wordt je verhaal opgeknipt in bewijsstukken, termijnen, loketten, formulieren, verklaringen en “we begrijpen dat dit vervelend voor u is”.

Vervelend. Alsof je pakketje vertraagd is. Niet alsof je leven, je veiligheid, je vertrouwen of je bestaansgrond onder druk staat. En dat gebeurt niet alleen op werkplekken. Het gebeurt ook bij instanties, bij verhuurders, bij organisaties die zeggen dat ze er zijn voor mensen. Mensen kunnen jarenlang in situaties zitten waarin hun huis niet goed voelt, hun gezondheid achteruitgaat, hun meldingen niet worden opgepakt, hun zorgen worden weggeschreven als overlast of emotie. En ondertussen moet je blijven functioneren. Je moet blijven mailen. Blijven bellen. Blijven uitleggen. Blijven bewijzen. Blijven kalm blijven, want zodra je zichtbaar wanhopig wordt, wordt dát ineens het probleem. Niet de oorzaak. Jij.

Dat is misschien nog wel het meest slopende: dat je op een gegeven moment niet alleen moet vechten tegen wat je is aangedaan, maar ook tegen het beeld dat van jou gemaakt wordt zodra je niet meer netjes lijdt. Want netjes lijden, dat kunnen mensen nog wel verdragen. Een beetje verdriet, een beetje teleurstelling, een beetje “ik zit er even doorheen”. Daar is ruimte voor. Daar kun je een kaartje voor krijgen. Een bos bloemen. Een hartje onder je bericht. Maar echt lijden? Lijden dat boos is? Lijden dat vragen stelt? Lijden dat niet binnen drie weken is opgelost? Lijden dat zegt: nee, dit was niet oké en ik ga niet doen alsof het dat wel was? Daar worden mensen ongemakkelijk van.

Dan moet je helen, maar niet te hardop. Je mag gekwetst zijn, maar niet confronterend. Je mag je verhaal doen, maar niet te vaak. Je mag grenzen hebben, maar ze mogen niemand anders belasten. Je mag eerlijk zijn, zolang je eerlijkheid geen consequenties vraagt van degene die jou pijn deed. En precies daar ontstaat vervreemding. Want hoe blijf je onderdeel van een maatschappij waarin zoveel mensen vooral bezig lijken met beeldvorming, behoud, controle en schadebeperking? Hoe blijf je geloven in verbinding als mensen je geruststellen zolang het makkelijk is, maar verdwijnen zodra hun eigen gevoel, schuld of verantwoordelijkheid in beeld komt? Hoe blijf je vertrouwen op systemen die pas bewegen als je bijna breekt, en soms zelfs dan nog vooral bezig zijn met zichzelf beschermen?

Er is een diepe eenzaamheid in degene zijn die voelt: dit klopt niet. Niet omdat je denkt dat jij altijd gelijk hebt. Niet omdat je denkt dat de wereld om jou draait. Maar omdat je ziet hoe vaak mensen onder de radar kapotgaan aan dingen die aan de buitenkant heel keurig lijken. Een nette werkgever. Een professionele instantie. Een betrokken organisatie. Een liefdevolle belofte. Een zorgvuldig proces. Een vriendelijke mail. Een gesprek “in vertrouwen”. Een dossier “volgens protocol”. En ergens daartussen verdwijnt de mens. De mens die niet alleen feiten heeft, maar ook een zenuwstelsel. Een lijf. Een geschiedenis. Een grens. Een hart dat niet eindeloos klappen kan incasseren omdat anderen hun verantwoordelijkheid liever niet voelen.

Psychisch lijden wordt nog steeds belachelijk onderschat. Niet in campagnes, daar klinkt het allemaal prachtig. Daar mag iedereen praten. Daar moet het taboe doorbroken worden. Daar hangen posters over mentale gezondheid en is er altijd wel een week van iets. Maar in de praktijk? In de praktijk wordt psychisch lijden vaak pas serieus genomen als iemand volledig uitvalt. En zelfs dan wordt er nog gevraagd wanneer je weer terugkomt, wat je belastbaarheid is, wat je perspectief is, welke stappen je zet, hoe je regie neemt. Alsof overleven geen regie is. Alsof blijven ademen terwijl je vertrouwen in mensen, werk, wonen, liefde en veiligheid afbrokkelt geen prestatie is. Alsof het niks kost om elke ochtend wakker te worden in een wereld waarin je steeds opnieuw moet kiezen tussen jezelf beschermen en jezelf verliezen.

Soms denk ik dat sommige mensen niet begrijpen dat strijd niet altijd voortkomt uit kracht. Soms komt strijd voort uit het ontbreken van een andere optie. Niet omdat je zo graag vecht. Niet omdat je drama nodig hebt. Maar omdat achterover leunen voelt als meewerken aan je eigen uitwissing. Alsof je op je rug moet gaan liggen met je pootjes omhoog en moet zeggen: doe maar. Maak het verhaal maar zonder mij. Bepaal maar wat waar is. Bepaal maar wat ik voelde. Bepaal maar wat ik waard ben. Bepaal maar hoeveel pijn redelijk is.

Maar zo werkt het niet. Niet als er te veel gebeurd is. Niet als er iets in jou blijft zeggen: nee. Nee, ik ga niet doen alsof dit normaal is. Nee, ik ga niet glimlachend verdwijnen omdat dat voor anderen makkelijker is. Nee, ik ga mijn eigen werkelijkheid niet inleveren zodat iemand anders comfortabel kan blijven. Nee, ik ga niet “loslaten” alleen omdat anderen geen zin hebben om te kijken naar wat vasthouden betekent.

En tegelijk is dat geen overwinning. Dat is het eerlijke, lelijke stuk waar mensen liever overheen springen. Strijden voelt niet heroïsch als je moe bent. Het voelt niet als kracht wanneer je lijf op is. Het voelt niet als empowerment wanneer je ondertussen huilt, twijfelt, trilt, boos bent, leeg bent en je afvraagt of het leven ooit nog licht kan voelen. Want dat is de vraag die onder alles ligt. Niet: hoe win ik? Niet: hoe bewijs ik mijn gelijk? Niet: hoe kom ik sterker uit deze periode? Maar: hoe wordt het leven weer leuk als er zoveel niet leuk is?

Hoe blijf je open in een wereld die je leert pantseren? Hoe blijf je eerlijk als eerlijkheid je steeds iets kost? Hoe blijf je menselijk als systemen zo vaak onmenselijk reageren? Hoe blijf je verlangen naar verbinding als verbinding steeds opnieuw onveilig blijkt? Hoe blijf je onderdeel van een maatschappij waarvan je soms denkt: ik wil hier helemaal geen onderdeel meer van zijn?

Ik weet het niet. En misschien is dat precies het punt. Misschien hoeft dit geen blog te zijn met een wijze conclusie. Geen tekst die eindigt met “en daarom kies ik nu voor mezelf” of “achteraf ben ik dankbaar voor de les”. Soms is er geen les. Soms is er alleen een schreeuw. Een eerlijke, ongemakkelijke schreeuw van iemand die niet gek is, niet zwak is, niet te gevoelig is, maar gewoon te vaak heeft gezien wat er gebeurt als waarheid botst met belangen.

Misschien duurt eerlijkheid inderdaad het langst. Maar soms voelt het vooral alsof jij degene bent die het langst moet blijven bloeden voordat iemand toegeeft dat er überhaupt een wond is.

Terug naar blog