Soms komt er iemand in je leven die je niet langzaam leert kennen, maar die ineens binnenkomt met een vreemd gevoel van herkenning. Alsof je hem ergens al eerder bent tegengekomen, terwijl je verstand weet dat dat niet kan. Zo voelde het voor mij in de zomer van 2024. Vanaf het begin had ik het gevoel dat ik hem al langer kende. Niet omdat we een geschiedenis hadden, maar omdat de gesprekken, de energie en de vanzelfsprekendheid tussen ons verder gingen dan wat je normaal voelt bij iemand die je net hebt ontmoet. Ik zei dat ook tegen hem. Dat het voor mij voelde alsof we elkaar al langer kenden dan die paar weken. En het bijzondere was dat hij dat ook meerdere keren terugzei. Dat hij dat gevoel ook had. Dat het voelde alsof we elkaar al langer kenden.
Het begon licht en speels. Aantrekkingskracht, humor, nieuwsgierigheid. Maar onder die oppervlakte zat iets anders. Iets vertrouwds. Iets zachts. Iets dat mijn systeem herkende nog voordat mijn hoofd kon begrijpen waarom. Op de eerste dag dat we met elkaar spraken via Telegram zei hij iets wat me toen al raakte. Hij zei dat hij voelde dat hij mij vertrouwde. Niet dat hij dacht dat hij me kon vertrouwen. Niet dat hij het wilde proberen. Hij zei dat hij het voelde. Pas later besefte ik hoe bijzonder dat eigenlijk was. Want hij is helemaal geen man die makkelijk vertrouwt. Integendeel. Hij is een denker. Een criticus. Iemand die analyseert, observeert en weegt voordat hij zich ergens aan overgeeft. En toch zei hij op die eerste dag dat hij voelde dat hij mij vertrouwde.
Misschien was dat ook waarom ik me bij hem zo veilig voelde. Veiligheid tussen mensen is niet alleen een romantisch idee, het is ook een biologisch proces. Wanneer iemand zich veilig voelt bij een ander, reageert het zenuwstelsel daarop. Je lichaam ontspant, je hoofd wordt stiller en de constante alertheid die veel mensen met zich meedragen zakt even weg. In zo’n staat kun je jezelf laten zien zonder voortdurend te hoeven beschermen of aanpassen. Dat is wat er bij mij gebeurde. In zijn aanwezigheid voelde mijn systeem rust. Niet bedacht, maar lichamelijk. Mijn hoofd werd stiller. Ik hoefde niet te anticiperen, niet te corrigeren, niet te bewijzen dat ik goed genoeg was. Het voelde alsof ik even niet hoefde te vechten om ruimte in de wereld.
Misschien was dat ook precies waarom het verdwijnen uiteindelijk zo hard binnenkwam. Want wanneer je eenmaal hebt gevoeld hoe het is om bij iemand veilig te zijn, voelt het verlies van die persoon niet als een gewone afstand. Het voelt alsof iets in je lichaam abrupt wordt losgerukt. Hechting is namelijk geen abstract begrip; het is iets wat diep in het zenuwstelsel wordt vastgelegd. Wanneer een mens zich emotioneel en lichamelijk veilig voelt bij iemand, maakt het brein stoffen aan die verbinding versterken. Oxytocine, dopamine, endorfines. Stoffen die ervoor zorgen dat mensen zich verbonden voelen en vertrouwen opbouwen. Maar diezelfde systemen zorgen er ook voor dat verlies diep kan inslaan wanneer die verbinding plotseling wordt verbroken. Het lichaam begrijpt zo’n breuk niet als een rationele keuze. Het lichaam ervaart het als verlies.
En er gebeurde ook iets wat alles nog complexer maakte. Ik werd zwanger. Niet lang, niet zichtbaar, maar het gebeurde. En die zwangerschap eindigde in een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, een EUG. Een medische situatie die levensgevaarlijk kan zijn. En dat was het in mijn geval. Drie van de vijf liter bloed in mijn lijf was ik verloren. Mijn lichaam ging door iets heen wat veel mensen onderschatten. Het bijna doodgaan heb je op dat moment niet door. Ik denk dat dat pas maanden later als besef binnenkwam. Maar tijdens een zwangerschap, hoe kort ook, verandert het hormonale systeem en het zenuwstelsel ook. Het lichaam bereidt zich voor op hechting, bescherming en verbinding. Wanneer dat proces abrupt stopt door een medische noodsituatie, kan het lichaam achterblijven met een combinatie van lichamelijke en emotionele naschokken die veel langer doorwerken dan mensen verwachten. De omgeving biedt op dat moment steun. Zijn aanwezigheid deed dat voor mij, ook al kon hij er niet volledig zijn.
Ik draag de gevolgen van die EUG nog elke dag. Mijn lichaam is veranderd. Ik loop bij de bekkenbodemfysio. Ik heb klachten die mensen niet zien. Van een volgepiste broek in een winkel tot maanden waarin mijn lichaam niet eens meer in staat is tot een orgasme. Dat zijn geen kleine dingen. Dat zijn voor mij hele grote dingen. Dat zijn dagelijkse herinneringen aan iets wat ooit tussen twee mensen begon.
Aan de buitenkant lijkt het leven vaak gewoon door te gaan. Ik richt mijn huis in. Ik maak plannen. Ik lach met mensen. Maar dat is de buitenkant. De werkelijkheid is dat ik soms huilend winkels uitren omdat het ineens te veel wordt, of omdat ik mijn broek weer eens heb volgepist. Het betekent dagelijks je kleding zorgvuldig uitkiezen zodat het afdekt. Ik zie nu al op tegen de zomer wanneer ik geen lange jas meer aankan. Dat ik sociale evenementen die me misschien juist goed zouden doen vermijd omdat ik simpelweg niet de energie heb om te doen alsof het goed gaat als mensen daarom vragen. Dat ik in winkels doe alsof ik mensen niet zie omdat ‘ja goed hoor’ niet uit mijn strot komt omdat ik bij de vraag hoe het met me gaat al begin te huilen. Dat ik dagen heb waarop ik nauwelijks mijn huis uitkom omdat het verdriet zo zwaar op mijn borst ligt dat het letterlijk moeilijk wordt om adem te halen.
En terwijl ik daar zit, diep onderin mijn verdriet, iets waarvan ik dacht dat dit mij nooit zou overkomen door mijn veerkracht, voelt het alsof hij ondertussen een wereld instapt waarin alles weer klopt. Waarin hij verder kan met zijn leven, met zijn gezin, met de rust die hij nodig heeft. Voor hem is dat een positieve keuze. Maar diezelfde keuze heeft voor mij negatieve gevolgen. Want wat voor hem herstel van orde en stabiliteit is, is voor mij als een rekening die ik alleen moet betalen. Zijn keuze kan voor hem een herstel van zijn leven zijn. Voor mij betekent diezelfde keuze dat ik achterblijf met de gevolgen van iets wat wij samen begonnen. En die ik met niemand kan delen. Want ik kan niet vertellen wie hij is, niemand weet van zijn bestaan op een enkeling na.
Misschien was ik voor hem een hoofdstuk dat hij moest sluiten om verder te kunnen. En misschien blijf ik degene die achterblijft met de gevolgen van iets wat ooit tussen twee mensen begon en mij bijna het leven kostte. En dat is misschien wel het zwaarste om te dragen. Niet alleen dat hij er niet meer is en niet alleen dat de verbinding voorbij is, maar dat het trauma van wat er is gebeurd nog elke dag in mijn lichaam leeft terwijl de persoon met wie dat verhaal begon gewoon verder kan lopen met zijn leven alsof het niet gebeurd is.
Soms vraag ik me af of het voor hem simpelweg te intens werd. Of dat de realiteit van wat er tussen ons gebeurde — de emoties, de verantwoordelijkheid en de gevolgen — te groot werd om werkelijk onder ogen te zien. En dat het daarom makkelijker was om afstand te nemen en terug te stappen in een leven waarin alles weer overzichtelijk lijkt. Maar soms denk ik ook iets anders. Dat hij mij heeft verteld dat zijn vrouw ervan weet, niet omdat dat echt zo is, maar omdat het voor hem een veilige manier was om te zorgen dat ik stil zou blijven. Zodat ik haar niet zou bellen. Zodat ik niet zou vertellen wat er werkelijk is gebeurd. Want als zij echt alles wist, zou de wereld waarin hij nu weer lijkt te leven waarschijnlijk niet zo rustig en stabiel zijn als hij doet voorkomen.
En soms denk ik ook dat dit verhaal misschien nog niet eens klaar is aan zijn kant. Niet omdat hij dat zal toegeven, maar omdat ik hem ken. Omdat zijn libido en zijn interesse in vrouwen altijd al groot waren. Omdat nieuwsgierigheid, spanning en aantrekkingskracht naar vrouwen een duidelijk onderdeel zijn van wie hij is. Een morele keuze kan iemand tijdelijk binnen de grenzen van zijn leven houden, maar het verandert niet automatisch een verlangen dat eronder ligt. Daarom vermoed ik soms dat hij misschien niet nu, maar vroeg of laat weer met andere vrouwen bezig zal zijn. Dat die kant van hem uiteindelijk weer ergens een uitweg zal vinden.
En misschien maakt dat het voor mij nog wel pijnlijker dat hij juist onze verbinding laat vallen. Want tussen ons was er iets wat zeldzaam is. Alles was er. Eerlijkheid, aantrekkingskracht, vertrouwen, diepte. Ik kon leven met het hele plaatje. Als er meer uit was gekomen, had hij die ruimte van mij gekregen en hadden we samen die spanning onderzocht. En zelfs als hij zijn relatie had willen behouden en daarnaast soms andere vrouwen had ontmoet, dan nog had er iets menselijks tussen ons kunnen blijven bestaan. Gewoon dat je naar elkaar omkijkt. Dat je niet doet alsof iemand nooit heeft bestaan.
Maar juist dat laat hij nu liggen. En soms voelt dat bijna alsof ik niet alleen zijn spiegel was, zoals hij zelf ooit zei, maar ook degene die hem betrapt heeft. Alsof mijn bestaan hem confronteert met een kant van zichzelf die hij liever niet wil zien.
Misschien is dat ook waarom alles uiteindelijk zo abrupt eindigde. Niet omdat het niets was, maar juist omdat het te veel werd. Te ingewikkeld. Te confronterend. Voor hem misschien iets dat hij moest afsluiten om zijn leven weer in balans te krijgen. Maar voor mij eindigde het verhaal daar niet.
Soms voelt dat alsof je een ramp overleeft en daarna alleen achterblijft tussen het puin. Met herinneringen. Met lichamelijke gevolgen. Met vragen die nergens meer heen kunnen.
Maar misschien nog wel het meest met een gevoel dat moeilijk onder woorden te brengen is. Het gevoel dat je ineens niet meer past in iemands leven. Alsof je een wegwerpbeker bent geworden. Iets dat even gebruikt werd, iets dat een rol speelde, maar dat daarna zonder al te veel moeite kan worden weggegooid omdat het niet meer uitkomt. Ik kom hem niet meer goed uit in zijn leven. Mijn verdriet komt hem niet goed uit. Mijn trauma komt hem niet goed uit. De herinnering aan wat er tussen ons is gebeurd komt hem niet goed uit. Maar ik zit er wel mee. Elke dag.
Ik huil bijna elke dag. Soms zo hard dat ik huilend een winkel uitren omdat het ineens te veel wordt. Soms zo stil dat niemand het merkt terwijl het van binnen voelt alsof er iets breekt. Soms vermijd ik mensen en plekken die me misschien juist zouden helpen, omdat ik simpelweg niet de kracht heb om te doen alsof het goed gaat. En op sommige dagen zakt het zo diep weg dat er een gedachte door mijn hoofd schiet die ik bijna niet durf toe te geven: de gedachte dat het misschien makkelijker zou zijn als het leven gewoon ophield. Niet omdat ik dood wil, maar omdat de pijn soms zo zwaar voelt dat ik even niet meer weet hoe ik hem moet dragen.
En misschien is dat wel de diepste pijn van alles. Dat zelfs een simpele vraag — hoe gaat het met je — blijkbaar al te veel voor hem is geworden. Dat er geen ruimte meer is om als mens nog even te bestaan in het leven van iemand met wie ik iets zo intens heb gedeeld. Dat hij geen fluit wil doen voor mijn herstel. Geen plek meer om een vraag te stellen. Geen plek meer om te zeggen dat het soms nog steeds pijn doet. En dus draag ik het alleen. Alleen dit lichaam dat elke dag herinnert aan wat er gebeurd is. Alleen deze stilte. Alleen dit verdriet dat zich soms zo groot voelt dat ik niet eens weet waar ik ermee heen moet.
En ergens diep vanbinnen blijft één gedachte steeds terugkomen. Dat ik soms zo graag zou willen dat hij wist hoeveel pijn dit nog steeds doet. Hoe zwaar het is om elke dag wakker te worden met de gevolgen van iets wat we samen hebben meegemaakt. En hoe ongelooflijk eenzaam het is om degene te zijn die als enige met die gevolgen is achtergebleven. Terwijl een simpele ‘hoe gaat het met je’ voor hem al te zwaar voelt. Het is een schril contrast en dat is zacht uitgedrukt.
Woorden als dat hij ook hoopte op een vriendschap, woorden dat hij me graag hielp een fijne plek van mijn huis te maken. Dat hij me nooit in de steek zou laten. Dat hij onze vriendschap ook belangrijk vond toen ik hem seksueel afremde omdat hij dreigde opnieuw de fout in te gaan. Zoveel woorden en intenties die me helemaal gek hebben gemaakt en me nu in een ijzige kou achterlaten.
En ik weet dat hij het niet opzettelijk doet, ik weet dat hij me het beste gunt. Maar hij slaat hier de plank wel even flink mis en dat doet onnodig zoveel meer pijn dan ik iemand ooit zou gunnen. Het verscheurt me. Toen ik hem leerde kennen dacht ik diep te zitten door alles dat toen speelde. Maar zo diep als nu voelt zo diep dat ik me afvraag of dit ooit nog goedkomt. Ik, de eeuwige optimist, die nu nergens meer het licht ziet. Ik ben mezelf meer dan kwijt en hij draait me de rug toe alsof ik nooit heb bestaan. En hij is zich er niet eens van bewust.
Hij is dankbaar voor onze fijne momenten. Dat ben ik ook. Maar hij kijkt vooral naar hoe positief het uiteindelijk voor hem heeft uitgepakt: zijn relatie loopt beter, hij is meer overtuigd van zijn liefde voor haar, hij heeft zelfinzicht en hij heeft een mooie tijd met mij gehad. Fijn. Ik heb een mooie tijd met hem gehad die menselijker had kunnen afsluiten waardoor ik me nu niet het brood voel waar de krenten uit zijn geplukt. Degene die niet telt. Ik voel me eenzaam en gebroken.