De leegte van missen, de ruimte van loslaten

Gisteren raakte ik op een verjaardag aan de praat met iemand die ik al een tijdje via via ken. Wat begon als een gewoon gesprek over hoe het met ons ging, werd al snel persoonlijker. We hadden het over verlies, over teleurstelling in mensen en over wat er gebeurt wanneer je leven ineens veel kleiner wordt dan je ooit had gedacht. Ik gaf aan dat ik daar nu ook bewust voor kies. Op een gegeven moment vroeg hij mij: 'hoe doe je dat'? Hoe ik daar zelf tegenwoordig mee omga. Hoe ik omga met het missen van iemand die heel belangrijk voor me was, met mensen die me hebben teleurgesteld en met het loslaten van relaties waarvan ik ooit dacht dat ze vanzelfsprekend zouden blijven.

Die vraag kwam niet uit het niets. Een aantal jaren geleden veranderde zijn eigen leven ingrijpend na een ongeluk. Sindsdien kampt hij met neurologische klachten en een zeer beperkte energiehuishouding. Lange tijd was onduidelijk waar die klachten precies vandaan kwamen en hij heeft werkelijk alles gedaan om beter te worden, inclusief een intensief behandeltraject waarvoor hij langere tijd uit zijn vertrouwde omgeving weg was. Dat betekende afstand van zijn gezin, van zijn dagelijkse leven en van alles wat normaal houvast geeft, terwijl het enige wat hij wilde juist was terugkeren naar het leven dat hij kende.

Juist omdat hij zelf zoveel heeft moeten inleveren, ging ons gesprek al snel over meer dan alleen gezondheid. Het ging ook over wat tegenslag doet met relaties, over mensen die minder betrokken raken wanneer ellende langer duurt en over het moment waarop je beseft dat je niet alleen afscheid moet nemen van hoe je leven ooit was, maar soms ook van mensen van wie je dacht dat ze naast je zouden blijven staan.

Dat oude leven bestond uit werken, eropuit gaan, tijd met zijn gezin doorbrengen en zonder voortdurend na te denken over energie gewoon ergens naartoe kunnen. Hij was iemand die midden in het leven stond en genoot van de gewone dingen die achteraf helemaal niet zo gewoon blijken te zijn. Een dagje weg, iets ondernemen met zijn partner en kinderen, spontaan ergens aansluiten, plannen maken zonder eerst te moeten berekenen hoeveel herstel er daarna nodig is. Tegenwoordig vraagt vrijwel alles om afweging. Soms lukt iets op het moment zelf nog best, terwijl de rekening pas later komt. Dat voortdurende balanceren tussen willen en kunnen is slopend, juist omdat het verlangen om mee te doen blijft bestaan terwijl je lichaam de grenzen bepaalt. 

Ik herkende daar iets van, omdat ik na corona zelf een tijdlang op dezelfde manier mijn energie moest bewaken. Alles moest worden afgewogen en zelfs leuke dingen konden te veel zijn. Bij mij trok dat na ongeveer een halfjaar gelukkig weer grotendeels bij. Bij hem is helemaal niet zeker of dat ooit gebeurt. Dat maakt het verschil groot, maar de frustratie herken ik. Je merkt pas hoe belangrijk energie is wanneer die niet meer vanzelfsprekend beschikbaar is en je bij iedere afspraak, ieder uitje en ieder sociaal moment moet nadenken over de prijs die je ervoor betaalt.

Wanneer tegenslag ook je relaties verandert

Wat me in dat gesprek misschien nog meer raakte, was dat de lichamelijke beperkingen niet het enige verlies voor hem waren. In de loop van de tijd veranderden ook relaties. Mensen die vroeger dichtbij stonden, raakten minder betrokken. Terwijl hij juist iemand was geweest die klaarstond voor anderen, ontdekte hij dat langdurige ellende ook iets doet met de mensen om je heen.

Aan het begin van een crisis zijn mensen vaak heel aanwezig. Ze vragen hoe het gaat, sturen berichten, bieden hulp aan en tonen belangstelling. Wanneer een situatie maanden of jaren voortduurt, verandert dat vaak. Voor de buitenwereld wordt iets langzaam onderdeel van het achtergronddecor, terwijl degene die ermee leeft er iedere ochtend opnieuw in wakker wordt. Wat voor een ander inmiddels oud nieuws is, bepaalt nog steeds jouw dag, jouw mogelijkheden en soms zelfs je toekomstbeeld.

Voor de buitenwereld kan jouw ellende oud nieuws worden, terwijl jij er iedere ochtend opnieuw in wakker wordt.

Daar kwam onze herkenning bij elkaar, want ik heb de afgelopen twee jaar zelf ook ervaren hoe mensen reageren wanneer jouw leven ingewikkelder wordt en jouw keuzes niet overeenkomen met wat zij zelf zouden doen. Op momenten waarop ik juist heel bewust keuzes maakte, werden die door anderen gelabeld als onverstandig, te emotioneel, te betrokken of simpelweg niet goed voor mij. Wat daarin meespeelde, was dat mijn keuzes werden bekeken vanuit hun referentiekader, terwijl zij lang niet altijd zicht hadden op de context waarbinnen ik die keuzes maakte.

Dat deed soms meer met me dan ik wilde toegeven. Zeker wanneer het kwam van mensen bij wie ik dacht dat ik mezelf niet hoefde uit te leggen na jaren vriendschap. Ik merkte hoe makkelijk betrokkenheid kan omslaan in beoordeling zodra iemand jouw keuzes niet meer begrijpt. Dat oordeel zegt lang niet altijd iets over de kwaliteit van die keuze. Het zegt vaak vooral iets over hoe ver iemand van jouw beleving afstaat.

Leven naar wat voor mij belangrijk is

Mijn buitenbaarmoederlijke zwangerschap, het balanceren op het randje van de dood en het verliezen van mijn persoon die verbonden was hieraan, sloegen pas later in als een bom. Ik ben het afgelopen jaar steeds bewuster gaan kijken naar de vraag of mijn keuzes passen bij de persoon die ik wil zijn. Loyaliteit, eerlijkheid, compassie, integriteit en authenticiteit zijn voor mij belangrijke waarden. Wanneer ik daarnaar handel, betekent dat niet automatisch dat het resultaat prettig is. Het kan betekenen dat ik teleurgesteld raak, dat ik verlies moet verdragen of dat ik een keuze maak die een ander nooit zou maken om toch te komen waar ik wil zijn.

Toch geeft het mij houvast om mijn leven langs die meetlat te leggen. Ik wil kunnen terugkijken op moeilijke periodes en mezelf herkennen in de manier waarop ik ermee ben omgegaan. Dat betekent soms dat ik trouw blijf aan iemand terwijl dat pijn doet, dat ik iets uitspreek terwijl zwijgen gemakkelijker zou zijn of dat ik afscheid neem van iemand die ik al jaren kende. Het betekent ook dat ik niet iedere keuze meer hoef te verdedigen tegenover mensen die een andere maatstaf gebruiken en alleen van daaruit naar mijn situatie en keuzes kijken.

Pijn is niet automatisch een teken dat je de verkeerde keuze hebt gemaakt.

Een belangrijke les daarin is dat pijn gewoon onderdeel is van een betekenisvol leven. Wie zich echt verbindt, loopt het risico iemand kwijt te raken. Wie loyaal is, kan teleurgesteld worden. Wie eerlijk leeft, kan worden afgewezen of verkeerd begrepen. Wie ergens werkelijk om geeft, maakt zichzelf kwetsbaar voor verlies. Ik ben steeds minder bezig met het idee dat pijn zo snel mogelijk weg moet en steeds meer met de vraag of ik ondanks die pijn nog leef op een manier die bij mij past.

De moeilijkheid van loslaten

We kwamen uiteindelijk op het onderwerp loslaten. Dat woord wordt zo makkelijk gebruikt dat het bijna klinkt alsof het een handeling is die je simpelweg uitvoert zodra je voldoende inzicht hebt verzameld. In werkelijkheid betekent loslaten vaak dat je moet accepteren dat een relatie anders is dan je had gehoopt, dat iemand niet kan bieden wat jij nodig hebt of dat je afscheid moet nemen van een beeld dat je lange tijd hebt vastgehouden.

Daar zit eenzaamheid in, want wanneer je stopt met trekken aan relaties die je vooral energie kosten, blijft er in eerste instantie stilte over. De man met wie ik gisteren sprak vroeg me daarom hoe ik dat inmiddels doe, omdat ik aangaf dat ik daar beter in ben geworden. Ik moest daar even over nadenken, omdat ik niet denk dat ik daarin een truc heb gevonden. Wat er vooral veranderd is, is de manier waarop ik naar pijn, verlies en keuzes kijk.

Mijn psychologische traject van het afgelopen jaar heeft daar gek genoeg iets in bevestigd. Na een aantal uitgebreide intakes werd het traject alweer afgesloten, omdat de conclusie was dat er niet iets fundamenteel mis was met mij. Er was vooral ontzettend veel gebeurd en ik had lange tijd nauwelijks ruimte gehad om ergens echt bij stil te staan. Als ik terugkijk, realiseer ik me dat ik jarenlang vooral heb gefunctioneerd. Er gebeurde iets, ik loste het op en daarna kwam het volgende. Zorgen, regelen, doorgaan, opvangen, vechten en weer verder. Op een gegeven moment ontstaat dan het moment dat je blijkbaar heel veel kunt dragen, terwijl verdriet zich ondertussen gewoon blijft opstapelen wanneer je nergens de ruimte vindt om het werkelijk te voelen.

Het verlies van mijn persoon

Het grootste verdriet zat voor mij uiteindelijk in het verliezen en missen van iemand die voor mij veel meer betekende dan alleen een relatie of een geliefde. Hij was voor mij rust, herkenning en een gevoel van veiligheid dat ik niet vaak bij mensen ervaar. Bij hem hoefde ik mezelf niet voortdurend te vertalen. Hij zag snel wat er achter iets zat en begreep vaak de context zonder dat ik eerst twintig minuten hoefde uit te leggen hoe ik ergens was gekomen.

Ik kan me nog een moment herinneren waarop we languit in de auto lagen. Ik kroop tegen hem aan en hij liet me wat dingen op zijn telefoon zien. Er gebeurde helemaal niets spectaculairs. We hadden geen groot gesprek en er hoefde ook niets opgelost te worden. Toch herinner ik me juist dat soort momenten met hem heel scherp, omdat ik daar iets voelde waar ik in mijn dagelijks leven weinig van kende: rust in nabijheid.

Ik ben iemand die veel denkt, verbanden legt, vooruitkijkt en situaties snel probeert te begrijpen. Mijn hoofd staat zelden helemaal uit. Bij hem hoefde dat allemaal even niet. Hij doorzag me op een manier die ervoor zorgde dat stilte genoeg kon zijn. Dat klinkt misschien vreemd, maar ik kon bij hem soms in stilte meer zeggen dan in uren praten met een ander.

Doordat er zoveel herkenning tussen ons zat, wogen zijn woorden zwaar voor mij. Waar ik van anderen snel in de weerstand kon schieten wanneer ze vertelden wat goed voor mij zou zijn, kwamen zijn woorden vaak wel binnen. Hij kende mij, zag waar iets vandaan kwam en wist hoe ik in elkaar zat. Daardoor voelde zijn advies zelden als een oordeel van buitenaf. Het kwam van iemand van wie ik wist dat hij het beste voor mij wilde en die bovendien wist waar hij het over had.

Die relatie kon uiteindelijk niet doorgaan zoals we hadden gewild. Hij heeft zijn eigen gevechten, verantwoordelijkheden en grenzen en dat maakte samen verdergaan voor hem uiteindelijk onmogelijk. Dat blijft een intens verdriet, omdat ik niet alleen een persoon mis. Ik mis hem. Ik mis ook de plek die hij in mijn leven innam. Ik mis het gevoel dat hij me gaf. Dat hij mij echt zag, de herkenning, de rust en de vanzelfsprekendheid die er tussen ons kon zijn.

Zijn afwezigheid voelt als leegte, juist omdat daar eerst iets stond wat werkelijk waarde had.

Zijn afwezigheid heeft daarom een vorm van leegte die ik bij andere verliezen niet ervaar. Er ontbreekt iets wat daadwerkelijk waarde had en wat ik ook na verloop van tijd nog steeds kan voelen. Die leegte kun je niet simpelweg dichtzetten door verstandiger te denken, nieuwe mensen te ontmoeten of tegen jezelf te zeggen dat je verder moet. Soms is iemand zo belangrijk geweest dat de afwezigheid gewoon een eigen plek in je leven houdt inclusief alle pijn en verdriet die daarbij horen.

Tegelijkertijd heeft zijn aanwezigheid me veel geleerd. Juist doordat ik heb ervaren hoe het voelt om door iemand werkelijk gezien te worden, herken ik nu veel sneller wanneer dat bij anderen ontbreekt. Ik heb daardoor beter leren onderscheiden welke verbinding mij rust geeft en welke verbinding vooral energie kost.

Twee soorten stilte

Dat brengt me bij iets wat ik pas later ben gaan begrijpen: stilte kan heel verschillend voelen. De stilte die hij achterlaat, voelt als leegte. Daar zat verbinding, herkenning en rust. Wanneer die wegvalt, mis je iets wat daadwerkelijk voedend was. Die stilte kan pijn doen omdat je precies weet wat er vroeger op die plek aanwezig was.

De stilte die ontstond nadat ik sommige andere mensen heb losgelaten, voelt heel anders. Daar kwam ruimte voor terug.

Dat waren mensen bij wie ik steeds vaker het gevoel had dat ik mezelf moest uitleggen, verdedigen of verantwoorden. Mensen die uitgesproken ideeën hadden over mijn keuzes, terwijl ze mijn context nauwelijks kenden. Mensen die soms precies dachten te weten wat goed voor mij was, terwijl ze onvoldoende zicht hadden op wat er werkelijk speelde of op wie ik überhaupt ben wanneer je voorbij een paar losse gebeurtenissen kijkt.

Ik heb lang geprobeerd dat te herstellen. Ik dacht dat meer uitleg misschien tot meer begrip zou leiden. Dus gaf ik context, voerde gesprekken, legde uit waarom ik iets deed en probeerde zichtbaar te maken welke afwegingen daarachter zaten. Uiteindelijk realiseerde ik me dat er relaties bestaan waarin extra woorden het fundamentele probleem niet oplossen. Wanneer iemand vooral kijkt vanuit zijn eigen overtuigingen, kun je jezelf blijven uitleggen totdat je erbij neervalt en nog steeds niet werkelijk gezien worden.

Toen ik daarmee stopte, ontstond stilte. Tot mijn eigen verbazing voelde die stilte rustig, omdat ik niet meer hoefde na te denken over hoe iemand mijn keuze zou interpreteren. Ik hoefde geen berichten meer te formuleren waarmee ik hoopte dat iemand eindelijk zou begrijpen wat ik bedoelde en ik hoefde geen energie meer te steken in het corrigeren van beelden die anderen van mij hadden gemaakt.

De ene stilte is leegte omdat ik iemand mis die mij werkelijk kende. De andere stilte is ruimte omdat ik niet langer hoef te vechten om gekend te worden.

Die stilte bleek ruimte te zijn. Ruimte om mijn eigen gedachten weer te horen, ruimte om keuzes te maken zonder vooraf rekening te houden met het oordeel van anderen en ruimte om mijn energie te steken in mensen bij wie ik niet voortdurend hoef te bewijzen dat mijn intenties deugen. Mijn wereld werd daardoor kleiner, maar tegelijkertijd ook rustiger en eerlijker.

Daar zit voor mij inmiddels een belangrijk onderscheid. Ik voel diep verdriet om iemand die mij werkelijk kende en die ik nog steeds intens kan missen. Dat verlies heeft gewicht omdat de verbinding gewicht had. Bij andere mensen voelde afstand uiteindelijk steeds vaker als opluchting, omdat ik merkte hoeveel energie er zat in relaties waarin ik voortdurend verkeerd gelezen of beoordeeld werd terwijl ik ondertussen probeerde hen wel te begrijpen.

Die twee ervaringen bestaan prima naast elkaar. Ik kan verlangen naar iemand die er niet meer is en tegelijkertijd blij zijn dat andere mensen geen grote rol meer spelen in mijn leven. Ik kan intens gemis voelen en tegelijk rust ervaren. Verdriet en opluchting hoeven elkaar niet uit te sluiten.

Mijn wereld is kleiner geworden

Een van de gevolgen daarvan is dat mijn sociale wereld kleiner is geworden. Vroeger negeerde ik mijn onderbuikgevoel veel vaker. Wanneer ik bij iemand al vroeg voelde dat er iets niet helemaal aansloot, gaf ik mezelf honderd redenen waarom ik daar niet op moest vertrouwen. Misschien was ik te kritisch, misschien moest ik iemand meer tijd geven, misschien zou het nog veranderen. Vervolgens investeerde ik toch en bleek mijn eerste gevoel later regelmatig behoorlijk accuraat.

Tegenwoordig luister ik daar eerder naar. Dat kan voor anderen overkomen alsof je negatiever of selectiever wordt. Voor mij gaat het vooral over passendheid. Er zijn genoeg mensen die prima deugen en met wie ik helemaal geen behoefte heb aan een hechte band. Niet ieder aardig mens hoeft mijn vriend te worden en ik hoef zelf ook niet voor iedereen passend te zijn.

Dat heeft me veel rust gegeven. Ik hoef niet meer iedere mogelijke vriendschap te onderzoeken alsof er een maatschappelijke verplichting bestaat om met iedereen die aardig tegen je doet een hechte band op te bouwen. Ik hoef ook niet meer eindeloos moeite te doen om door iemand begrepen te worden wanneer ik voortdurend merk dat diegene mijn intenties, keuzes of context op een manier leest die niet bij mij past.

Voorheen kon teleurstelling er juist voor zorgen dat ik harder ging werken. Nog één gesprek, nog één uitleg, nog één poging om duidelijk te maken wat ik bedoelde. Dat kostte enorm veel energie en leverde vaak vooral meer teleurstelling op. Tegenwoordig stel ik mezelf eerder de vraag of een relatie nog past bij de manier waarop ik mijn leven wil inrichten en bij de persoon die ik wil zijn.

Soms betekent dat dat ik blijf en moeite doe. Soms betekent het dat ik iets uitspreek. Soms betekent het dat ik afstand neem. En soms betekent het dat ik accepteer dat iemand simpelweg geen plek meer heeft in mijn dagelijks leven.

Leven met pijn in plaats van eromheen

Dat is uiteindelijk ook het antwoord dat ik gisteren probeerde te geven op de vraag hoe ik ermee omga. Ik heb geen manier gevonden waarop verdriet verdwijnt. Ik heb vooral geleerd dat ik mijn leven niet meer volledig wil organiseren rondom het voorkomen ervan.

Als iets pijn doet, mag het pijn doen. Soms betekent dat dat ik mijn ogen uit mijn kop jank. Soms betekent het dat ik veel te lang over iets nadenk en alles van twintig kanten bekijk. Soms blijf ik ergens dagenlang op kauwen voordat ik begrijp wat het met me doet. Dat is niet altijd efficiënt, maar het heeft me wel veel geleerd over mezelf.

Doordat ik minder snel probeer weg te komen van wat ik voel, kom ik vaker tot conclusies die werkelijk ergens over gaan. Ik herken het sneller als iets niet aansluit, maak mijn eigen keuzes sneller en beter, en leef daardoor minder van gebeurtenis naar gebeurtenis. Ik probeer bewuster te kijken naar wat ik wil vasthouden, wat ik wil loslaten en welke prijs ik bereid ben te betalen voor iets wat voor mij werkelijk belangrijk is.

Het verdriet om mijn persoon draag ik mee omdat hij belangrijk was. Omdat hij iets in mij heeft geraakt wat zeldzaam was. Omdat ik nog steeds kan verlangen naar precies die rust, herkenning en vanzelfsprekendheid die ik bij hem vond en bij de persoon die hij voor me was. Dat gemis maakt mijn wereld soms stiller en leger dan ik zou willen. Het doet me intens veel verdriet.

Tegelijkertijd heeft het loslaten van mensen die over mij oordeelden zonder mij werkelijk te kennen een andere stilte achtergelaten. Daar ervaar ik juist ruimte. Ik hoef niet langer overal woorden aan te geven, niet meer iedereen te overtuigen van mijn intenties en niet meer voortdurend energie te besteden aan mensen die hun beeld van mij belangrijker maakten dan mijn werkelijkheid.

Ik denk dat dat is wat slechte tijden je leren.
Je ontdekt wie werkelijk naar je kijkt en wie vooral naar zijn eigen beeld van jou kijkt. Je ontdekt welke relaties je iets geven om te dragen en welke relaties vooral iets van je vragen. Je ontdekt ook dat een kleinere wereld soms pijnlijker voelt, omdat een belangrijke plek leeg blijft, en tegelijkertijd rustiger kan worden doordat veel ruis verdwijnt.

Er is nog steeds een leegte op de plek waar iemand zat die ik intens mis. Die leegte hoeft van mij niet langer zo snel mogelijk gevuld te worden, want ik weet dat betekenisvolle verbinding niet zomaar vervangbaar is. Rondom die leegte is tegelijkertijd ruimte ontstaan om te voelen, bewuster te kiezen, niet meer voor iedereen te hoeven rennen en mezelf niet langer uit te leggen aan mensen die mij nooit echt hebben leren kennen.

Dat is misschien geen perfecte vorm van loslaten, maar voor mij voelt het wel steeds meer als leven naar mijn waarden. En dat is waar ik voor sta en mezelf nooit meer toesta om dat ooit nog te verliezen.
Terug naar blog