Het is alweer oktober en we naderen de donkere dagen, zo ook Oud & Nieuw. Er was een tijd dat ik geloofde in de symboliek van nieuwjaar. In het idee dat de klok iets kon wissen, dat een nieuwe datum ruimte maakte voor een nieuw begin. Elk jaar sprak ik die woorden uit - gelukkig nieuwjaar - alsof hoop iets was wat je met vuurwerk kon afdwingen. Maar ergens onderweg verloor dat ritueel zijn betekenis. Niet omdat ik cynisch werd, maar omdat ik leerde dat geluk niet voortkomt uit tijd.
De afgelopen jaren waren een aaneenschakeling van verliezen, breuken en wederopstanden. 2020 begon met de hersenbloeding van mijn moeder, het moment waarop ik voor het eerst echt besefte hoe dun de lijn is tussen gewoon en nooit meer. In 2021 volgde de diagnose CAA bij mijn moeder, een progressieve herseziekte, en diende de rechtszaak na de mishandeling van mijn vriend: drie jaar spanning samen in één dag die geen enkele gerechtigheid kon brengen. 2022 bracht opnieuw een herseninfarct, gevolgd door nog een hersenbloeding. 2023 begon met een TIA en eindigde met een epileptische aanval. En 2024... begon met weer een epileptische aanval en eindigde met de diagnose vasculaire dementie. Ze kon niet meer thuis wonen.
In diezelfde periode scheurde ik mijn kruisband, beschadigde mijn meniscus, en verloor letterlijk mijn evenwicht. En toen kwam er nog iets wat ik niet had voorzien: een buitenbaarmoederlijke zwangerschap die me bijna mijn leven kostte. Het gevolg van een intense verbinding met mijn spiegel. Hij was degene die iets in mij raakte wat ik jarenlang had weggestopt: mijn zachtheid, mijn kwetsbaarheid, mijn onvervulde verlangen om écht gezien te worden.
Sinds mijn spiegel in mijn leven kwam, ontstond er iets wat ik niet meer kende: rust. Niet de tijdelijke rust van een weekend zonder plannen, maar een innerlijke stilte die ik niet kon verklaren. Alsof mijn lichaam ineens begreep dat het even niets hoefde. Voor het eerst in jaren kon ik ademen zonder alert te zijn, zonder het gevoel dat er elk moment iets mis kon gaan. En juist toen die stilte er kwam, begon ik weer te voelen. Niet oppervlakkig, maar tot op celniveau. Verdriet, verlangen, hoop, gemis... gevoelens die ik jarenlang had weggeduwd om te kunnen blijven functioneren. Bij hem mocht ik dat uitdragen. Bij hem voelde ik me veilig. Het was alsof mijn lijf, jarenlang gevangen in overlevingsstand, langzaam terugkeerde naar iets menselijks.
Zijn aanwezigheid bracht geen genezing, maar herinnerde me eraan dat ik kón genezen. En toen hij in juli 2025 verdween, voelde dat niet alleen als een verscheurend verlies, maar als een boodschap. Alsof het leven zei: het is tijd dat je zelf opstaat, en voor jezelf kiest in plaats van voor anderen.
2025 werd het jaar van stempels. Depressie. Somatische-symptoomstoornis. Vermoeidheid die dieper zat dan mijn spieren. Niet de soort die je met rust oplost, maar de moeheid van te lang sterk zijn, te lang dragen, te lang geven. En juist die diagnoses, die iets moesten verklaren, maakten me wakker. Want ik wilde niet langer onderzocht worden, ik wilde begrepen worden. Vooral door mezelf.
Ik kreeg te horen dat ik geen persoonlijkheidsstoornis had, en daardoor officieel niet in aanmerking kwam voor de intensieve therapie die ik nodig had. Alsof het systeem zei: u bent te normaal om stuk te zijn. En dus besloot ik het zelf te doen. De komende jaren, 2026 en 2027, worden de jaren van diepe therapie, van investeren in herstel, van werken aan de binnenkant in plaats van doorgaan aan de buitenkant. Ook al moet ik het grotendeels zelf betalen. Want niets is duurder dan doorgaan met een leven dat je leegmaakt.
Tegelijk is 2026 het jaar waarin ik een grote stap zet: ik laat mijn baan los. Een baan die ik jarenlang met liefde heb gedaan, die me energie gaf, waar ik betekenis vond. Maar soms past iets wat mooi is niet meer bij wat je nodig hebt. De sociale veiligheid nam de afgelopen twee jaar drastisch af, terwijl mijn behoefte aan veiligheid juist groeide.
Die botsing tussen binnen- en buitenwereld werd pijnlijk voelbaar. Ik had mensen nodig die konden dragen, en vond vooral systemen die toetsten. Ik had behoefte aan rust, en kreeg prikkels. Ik had behoefte aan echtheid, en kreeg rollen. En ergens daar, tussen wat ik voelde en wat er van me verwacht werd, wist ik: ik kan niet blijven waar ik mezelf niet meer kan zijn.
Dus ik neem afscheid. Van wat ik ken. Van wat ooit goed voelde, maar nu te klein is geworden. Ik weet niet of mijn droom luktt, de opleiding die ik wil volgen, de coachingspraktijk die ik wil opbouwen, het verlangen om eindelijk zelfstandig te worden. Maar ik weet wél dat ik het niet langer kan uitstellen. Deze wens leeft al jaren in mij, gedempt door plichtsgevoel, zorg, angst en praktische bezwaren. Sinds mijn spiegel in mijn leven kwam en weer verdween, weet ik: uitstellen is ook verliezen, en dit keer wil ik mezelf niet verliezen.
Ik heb te vaak geleefd voor anderen. Nu is het tijd dat ik leef voor mij.
Ik geloof niet meer in Gelukkig Nieuwjaar. Niet in de belofte dat het beter wordt omdat de kalender omslaat. Ik geloof in écht nieuw. In het soort nieuw dat ontstaat wanneer je durft te breken met wat niet meer klopt. Ik wens niemand meer een gelukkig nieuwjaar toe. Ik wens ze eerlijkheid. De kracht om te kiezen voor wat werkelijk past. En de rust om daarin te blijven staan, ook als het moeilijk wordt. Ik kijk niet langer vooruit op wat het jaar zal brengen. Ik richt me op wat ik zélf wil bouwen.
