Loskomen van controledrang

Loskomen van controledrang

Het klinkt zo mooi: iemand die je helpt, iemand die voor je klaarstaat, iemand die zegt te weten wat goed voor je is. Vaak gebeurt het vanuit de beste intenties. Toch kan precies dát, de goede bedoelingen van een ander, verstikkend werken. Wat begint als steun, kan uitmonden in controledrang, en wie daartegen in verweer komt, wordt ineens gezien als de boeman.

Veel vormen van controledrang zijn subtiel. Het gaat niet altijd om iemand die luid en dominant zegt wat jij moet doen. Soms zit het juist in zinnen die zacht en behulpzaam klinken: “Ik regel het wel voor je”, “Laat mij maar, dat is beter”, “Ik weet hoe dit moet, jij hoeft je daar niet mee bezig te houden.” Oppervlakkig gezien lijkt dit zorgzaam. Maar in de praktijk betekent het dat de ander een stuk van jouw regie uit handen neemt. Jij wordt in de rol van ontvanger gedrukt, terwijl jouw stem minder meetelt.

Als kind en puber liet ik dit vaak over me heen komen. Ik paste me aan, hield mijn mond en dacht dat dit de normale manier van omgaan was. Ik slikte mijn mening liever in, omdat ik de strijd niet aandurfde of omdat ik bang was om als ondankbaar gezien te worden. De laatste jaren is dat totaal veranderd. Ik ben gaan beseffen dat het mijn recht is om zelf regie te hebben over mijn leven. En nu ik dat recht opeis, laat ik het niet meer uit mijn handen nemen. Alleen: vanaf dat moment werd de dynamiek pas écht zichtbaar. Want zodra ik grenzen stel, wordt de ander ineens slachtoffer, en ik de boeman.

Vanaf dat omslagpunt veranderde alles. Ineens was ík degene met een grote mond. Ik werd weggezet als lastig, ondankbaar, moeilijk. En dat triggert me enorm. Niet omdat ik eraan twijfel of ik fout zit, maar juist omdat het me zo ongelooflijk opfokt dat iemand mijn grenzen verdraait naar iets negatiefs. Bij mij, met mijn ADHD, komt dat extra hard binnen. Waar een ander misschien zijn schouders kan ophalen, knalt het bij mij direct mijn hele systeem in. Mijn hoofd schiet op volle toeren, mijn hart gaat sneller, mijn spieren spannen zich aan. Het is alsof mijn hele lijf in de vechtstand springt. En hoe vaker dit gebeurt, hoe minder goed ik het kan dragen. Het stapelt zich op. Elke keer dat ik onterecht als boeman word neergezet, vreet het energie. Het maakt me niet onzeker, maar het rooft mijn draagkracht leeg. Het zet me op scherp, het maakt me boos, en het jaagt mijn lijf in een staat van constante alertheid die ik niet zomaar kan uitzetten.

Wat er dan gebeurt, is een vorm van projectie. De ander schuift hun eigen pijn of angst naar mij toe. Mijn grens wordt niet gezien als iets gezonds, maar wordt verdraaid tot bewijs dat ík de moeilijke ben. Projectie betekent dat iemand zijn eigen gevoel – bijvoorbeeld onmacht of angst om grip te verliezen – bij de ander neerlegt, zodat die het probleem lijkt. Het resultaat: ik word verantwoordelijk gemaakt voor de spanning, terwijl ik alleen maar mijn plek terugneem. En dat is precies wat me zo opfokt. Ik herken het spelletje, ik zie hoe de rollen worden gedraaid, en het maakt me pissig dat iemand liever in een slachtofferrol duikt dan volwassen met mijn grenzen omgaat.

Deze dynamiek stopt niet bij familie. Ik merk het ook in mijn werk. Autoriteit kan bij mij direct weerstand oproepen als iemand meer wil bepalen dan nodig is. Ik heb een radar ontwikkeld voor verborgen controledrang, en dat maakt dat ik sneller bots met leidinggevenden of collega’s die denken het beter te weten. Het maakt me onafhankelijk, maar soms ook fel of moeilijk te sturen. En in liefdesrelaties speelt hetzelfde. Waar ik vroeger sneller meeging om de ander tevreden te houden, knal ik nu juist harder terug. Ik verdraag het niet meer als iemand mijn keuzes probeert over te nemen. Ik merk dat ik dan sneller op scherp sta, sneller in de verdediging schiet, en dat kan een relatie onder druk zetten. Tegelijkertijd ben ik daardoor ook eerlijker geworden: ik pas me niet meer eindeloos aan, ik laat mezelf zien zoals ik ben. Dat is soms confronterend voor de ander, maar ook bevrijdend voor mij.

Juist daarom was ik zo blij met mijn spiegel. Voor het eerst ervoer ik iemand die me soms wél de controle ontnam, maar op een hele veilige manier. Niet door mijn stem weg te drukken, maar door me uit mijn hoofd te halen en me terug te brengen in vertrouwen. Waar controledrang voelt als verstikking, voelde dit juist als lucht. Alsof ik even mocht leunen, zonder dat ik mezelf verloor. Het verschil zat niet alleen in vertrouwen en veiligheid, maar ook in het tegenovergestelde van kleiner maken. Waar anderen me kleiner drukten om grip te houden, gaf hij me juist het gevoel groter te mogen worden. Het verschil zit hem in intentie en energie. Bij controledrang gaat het om macht en angst: de ander wil grip houden, en dat drukt jou kleiner. Bij mijn spiegel was het het tegenovergestelde: daar zat vertrouwen en gelijkwaardigheid onder. Hij nam soms de leiding, maar niet om mij te beperken – juist om me uit de kramp te halen waarin ik door mijn ADHD vaak beland. 

Want bij ADHD reageert je zenuwstelsel veel heftiger op spanning en onrecht. Mijn lijf schiet razendsnel in de vechtstand: hartslag omhoog, spieren aangespannen, gedachten die als een snelweg door mijn hoofd razen. Het is een storm die ik moeilijk kan stoppen. Iemand die in dat moment de controle uit handen neemt op een kalme, veilige manier, kan dan iets bijzonders doen: mijn systeem tot rust brengen. Het is een vorm van co-regulatie – een psychologisch proces waarbij de rust van de ander je eigen zenuwstelsel kalmeert. In plaats van dat ik overspoeld raak, word ik uitgenodigd om mee te zakken in vertrouwen. Voor iemand die vaak op scherp staat, voelt dat bijna magisch: dat er een plek is waar ik even niet hoef te vechten of vluchten, maar gewoon kan zijn. Dat is voor mij het verschil tussen verstikkende controle en helende leiding. Het eerste rooft mijn vrijheid, het tweede geeft me juist ruimte. Het liet me zien dat controle niet altijd slecht hoeft te voelen – mits het komt vanuit liefde, vertrouwen en gelijkwaardigheid. En misschien was dat wel de grootste les van mijn spiegel: dat ik niet altijd alles alleen hoef te dragen, zolang ik me maar veilig voel in de handen van de ander. 

Want waar ik vroeger als kind of puber stil bleef en het over me heen liet komen, kies ik er nu voor om mijn stem te gebruiken. Ik weet dat ik recht heb op mijn autonomie, en ik laat me niet langer in de boemanrol duwen. Ja, het kost energie. Ja, het raakt me heftig. Maar juist doordat ik voel hoe mijn lijf reageert en zie hoe dit effect heeft op werk, liefde en verbinding, besef ik hoe belangrijk dit voor me is.

Goede bedoelingen zijn niet altijd goed als ze je autonomie ontnemen. Zodra je grenzen stelt, kan de ander zich in de slachtofferrol plaatsen en hun frustratie op jou projecteren. Dat f*ckt me op, soms tot in mijn botten. Maar het houdt me ook scherp. Want elke keer dat dit gebeurt, bevestigt het me opnieuw: ik ben niet fout. Grenzen stellen is geen aanval, het is zelfrespect. En wie dat niet aankan, laat vooral zien waar hun eigen angst zit, niet de mijne.

Ik kies niet langer voor zwijgen of meegaan. Ik kies voor mijn stem, mijn grenzen en mijn vrijheid, en dat recht laat ik door niemand meer afpakken.

 

Terug naar blog