Over de muur van maskers heen

Over de muur van maskers heen

We leven in een wereld waarin maskers vaak de boventoon voeren. In organisaties, in systemen, in hoe mensen zich naar elkaar voordoen. Ik heb altijd geweten dat ik daar niet goed in ben, of beter gezegd: dat ik daar niet goed in wíl zijn. Mijn verhaal is er één van telkens botsen tegen dat toneelstuk, maar ook van steeds dichter bij mijn eigen pad komen.

Ik koos mijn beroepen altijd met één duidelijke reden: ze moesten een doel dienen. In het reisbureau werkte ik met klanten, in het ziekenhuis met patiënten, in de ouderenzorg met cliënten, in het reguliere onderwijs met leerlingen, bij het ministerie met burgers en nu, in de jeugdgevangenis, opnieuw met leerlingen. Steeds stond er voor mij één ding centraal: de mens voor me.

Toch liep ik in al die sectoren telkens tegen dezelfde muur aan: de muur van maskers, belangen en politiek. Mijn focus lag bij de doelgroep, maar mijn tijd en energie gingen vaak op aan heel andere zaken: de belangen van collega’s of management, machtsspelletjes en politieke keuzes die weinig met de mensen zelf te maken hadden. Vergaderingen zijn prima als ze een doel dienen, maar te vaak draaiden ze om posities, om wie de meeste invloed had, in plaats van om de vraag: wat heeft deze patiënt, cliënt, leerling of burger nu echt nodig?

Bij mij werkt dat averechts. Ik merk meteen wanneer iets niet klopt en dat kost me bakken energie. Waar anderen hun schouders ophalen, blijft het bij mij hangen, ik kan het gewoon niet naast me neerleggen. En met ADHD wordt dat alleen maar sterker. Incongruentie en onrecht gaan in mijn hoofd in de herhalingsstand. Het wordt groter en groter, tot het me meer beheerst dan me lief is. Anderen zien het als “gedoe waar je doorheen moet” of spelen het spel handig mee. Voor mij voelt het als een muur waar ik steeds opnieuw tegenaan knal. Niet omdat ik zo bijzonder ben, maar omdat mijn systeem anders werkt. Ik voel feilloos wanneer iets niet klopt met de bedoeling, en dat laat me niet los.

En... ik snap best waarom mensen meedoen aan macht en politiek. Het geeft controle, status, zekerheid. Het laat je voelen dat je ertoe doet of dat je erbij hoort. Evolutionair gezien is dat logisch: wie niet meedeed, hoorde er vroeger niet bij en dat betekende gevaar. Maar in organisaties anno nu slaat dat door. De behoefte om erbij te horen en invloed te hebben, maakt dat mensen zich aanpassen, allianties sluiten en soms hun waarden parkeren. Voor sommigen is dat een handig spel. Voor mij is het een voortdurende botsing. Het irriteert, het vreet energie, en uiteindelijk trekt het me weg bij waar ik écht voor wil gaan: de mens en de authenticiteit van contact, en dan loop ik helemaal leeg.

Juist in de jeugdgevangenis merkte ik dat verschil de afgelopen vijf jaar scherp. Natuurlijk manipuleren deze jongens ook en doen ze stiekeme dingen, maar dat gaat om heel andere zaken. Overlevingsdrang, status in de groep, of iets voor elkaar krijgen wat in hun positie niet vanzelf gaat. Hun spelletjes zijn direct, doorzichtig en vaak concreet. En tegelijkertijd zijn ze rauw en eerlijk. Mogen ze je niet? Dan weet je dat meteen. Ze zeggen het recht in je gezicht. En hoe confronterend dat soms ook kan zijn, het is óók verfrissend. Je hoeft niet te raden of iemand achter je rug om iets anders zegt. Hun eerlijkheid is hard, maar wel zuiver. En precies dát raakt me, omdat ik mezelf er zo in herken.

Dit gaat allemaal over waarden-gedreven werken. Onderzoek laat zien dat wanneer je werk aansluit bij je diepste waarden, je motivatie en welzijn omhoogschieten. Maar als er een kloof zit tussen je waarden en wat je dagelijks moet doen, ontstaat stress en soms zelfs burn-out. Ik heb die kloof vaak ervaren. En inmiddels heb ik de prijs ervoor betaald: ik heb mijn grens fysiek én mentaal bereikt. Mijn lijf zette me stil, mijn hoofd liep over. Na mijn eigen medische situatie, en terwijl ik tegelijk moest toekijken hoe mijn moeder steeds verder achteruitging door een progressieve hersenziekte, belandde ik in een depressie. Het voelde alsof alles tegelijk op me neerkwam.

Dat was het afgelopen jaar mijn definitieve wake-up call. Dit móét nu eens een keer mijn definitieve grens zijn. Ik kan en wil niet meer terug naar een manier van werken die me langzaam leegtrekt en me weghaalt bij wie ik ben. Voor mij is trouw blijven aan mijn waarden geen keuze meer, maar een noodzaak om overeind te blijven als mens, als dochter, en als professional.

Daarom zoek ik nu bewust een weg richting coaching (of councelling). Coaching is voor mij wezenlijk anders dan alles waar ik tot nu toe tegenaan liep. Het draait niet om macht of politiek, maar om de mens zelf. Geen belangen van bovenaf die bepalen hoe je moet werken, maar een gelijkwaardige relatie waarin je de ander begeleidt om zijn of haar eigen kracht terug te vinden. Juist dat sluit aan bij waar ik altijd voor heb gestaan: echtheid, authenticiteit en verbinding.

Ik weet zeker dat dit de richting is die ik op wil. Voor mij betekent dit werk een manier om mijn ervaring en energie zó in te zetten dat het klopt met mijn waarden én met wie ik ben. Het helpt niet alleen anderen vooruit, maar geeft mijzelf ook stevigheid en balans terug. Als ik verder vooruit durf te dromen, zie ik een praktijk aan huis voor me: een warme plek waar mensen zich gezien en gehoord voelen, waar er ruimte is voor stilte én voor groei, en waar ik eindelijk kan werken zoals het voor mij altijd bedoeld was.

Mijn loopbaan heeft me veel geleerd. Over mensen, over systemen, maar vooral over mezelf. En alles wijst me dezelfde kant op: authenticiteit. Het is niet de makkelijkste weg, maar het is de enige weg die klopt.

 

Terug naar blog