Als liefde rouw wordt

Als liefde rouw wordt

Er zijn perioden in je leven waarin liefde een andere vorm aanneemt dan je ooit had gepland. Je ziet iemand staan, je gelooft in zijn kracht, je vangt zijn licht... Soms zelfs sterker dan hij dat zelf kan. En dan komt het moment dat je merkt dat jij nog vasthoudt aan iemand die allang aan het verdwijnen is in zijn eigen binnenwereld. Dat jij nog afscheid moet nemen, terwijl hij zichzelf al langzaam heeft losgelaten. Dat is de situatie waar ik in zit met mijn partner waarin het de afgelopen twee jaren in sneltreinvaart ging na diepe dalen.

Het is moeilijk te omschrijven hoe het voelt wanneer je elke dag iemand ziet versmallen, niet lichamelijk, maar geestelijk. Zijn energie beweegt niet meer naar buiten maar klapt naar binnen. Woede, verdriet, vermoeidheid... Het worden de vaste bezoekers in een huis waar ooit nog een sprankje levenslust woonde. En ik sta aan de overkant van een steeds breder wordende kloof. Ik zie hem nog, hij ziet mij soms nog, maar liefde is opeens niet meer genoeg om die afstand te dichten. Hij geeft aan mijn liefde niet meer te kunnen voelen. Zoals hij het zegt: 'Ik ben een frontje van een lege huls'.

Hij gelooft niet meer in zijn eigen bestaan. Omdat hij niet meer wíl leven zoals het nu voelt. Omdat hij weet dat het niet meer beter wordt. En ik, als de grote optimist heb daar eigenlijk ook geen fiducie meer in. Hij slaapt om er niet te hoeven zijn. Hij eet minder, drinkt minder, voelt minder. Hij kent alleen nog pijn, woede en verdriet. En hoe hard ik ook probeer hem te laten ervaren dat hij ertoe doet, dat hij mag bestaan, dat hij waarde heeft... zijn psyche kan het niet meer ontvangen. Niet omdat hij niet wil, maar omdat iets in hem de deur dicht heeft gedaan.

En dan glijd je als partner langzaam een rol in die je nooit bewust hebt gekozen. Je wordt mantelzorger zonder label, opvangnet zonder eigen rust, stabilisator in een chaos die niet van jou is. Zelfs toen ik in januari een tweede opname in het ziekenhuis onderging na een bijna fatale buitenbaarmoederlijke zwangerschap, vroeg ik mijn arts of ik tussendoor even naar huis mocht om iets te regelen dat hij niet meer kon opbrengen. Je staat steeds een stap verder van wat een relatie eigenlijk zou moeten zijn: liefde, warmte, gedeeld leven. Niet trekken. Niet dragen. Niet iemand overeind moeten houden die zichzelf niet meer voelt.

Ik heb zolang gedacht dat ik het wel trok. En eerlijk: ik kán het ook. Mijn lijf en hoofd van elkaar ontkoppelen kan ik als ADHD'er als de beste. Ergens onderweg verloor ik mezelf compleet uit beeld. Tot mijn leven dus bijna over was door mijn medische noodsituatie. Langs de zijlijn stond mijn spiegel die door alleen maar zijn aanwezigheid spiegelde waar ik mezelf tekort deed. En toen kwam dat besef dat je zo lang mogelijk uitstelt: ik kan zijn leven niet op mijn schouders blijven dragen zonder mezelf kwijt te raken. De thuisbasis wordt weer zijn eigen huis. De deur blijft open, de liefde blijft warm, maar mijn leven mag niet stilvallen omdat het zijne vastloopt. Maar iets rationeel weten en het ook echt doen zijn twee dingen.

En zeker in mijn geval. Want onvoorwaardelijkheid is één van mijn belangrijkste waarden. Ik ben iemand die gelooft in blijven, in trouw, in liefde die niet wegrent zodra het lastig wordt. Ga ik voor je, dan is dat inclusief alle ups and downs. Juist daardoor knaagt het schuldgevoel. Het gevoel dat ik misschien tekortschiet. Dat ik hem in de steek laat. Dat onvoorwaardelijkheid blijkbaar óók grenzen heeft, en dat ik daarmee een grens in mezelf raak die ik nooit wilde erkennen. Simpelweg omdat het voelt alsof ik mijn eigen belangrijkste kernwaarde verloochen. 

Maar rationeel weet ik: onvoorwaardelijk betekent niet jezelf kapotmaken. Het betekent niet: “Zolang jij valt, val ik mee.” Onvoorwaardelijk betekent liefde die overeind blijft, óók wanneer de vorm moet veranderen om niet beide levens te slopen. Het is liefde met ruggengraat, niet liefde die zichzelf opoffert. Want als ik hiermee doorga, verloochen ik mezelf.

Los daarvan is het ook een vorm van rouw: afscheid nemen van iemand die nog leeft. Je rouwt om wie hij was, om wie jullie samen waren, en om wat het leven met hem gedaan heeft. Je ziet nog soms kleine vonkjes; een grap, een blik, iets zachts... maar ze verdwijnen te snel. Mijn hart kent hem nog. Zijn hart kent zichzelf niet meer.

Mensen zoeken in dit soort verhalen graag naar een schuldige. Trauma, maatschappij, verleden, kies er één. Maar zo werkt het niet. Ik heb niet zoveel aan “waarom”. Ik heb vooral een realiteit. En die realiteit is dat hij zichzelf aan het verliezen is en dat ik degene ben die nog ziet wie hij ooit was. Dat is liefde, maar het is ook slopend.

Liefde mag geen gevangenis worden. Geen verplichting die je langzaam laat verstikken. Ik blijf naast hem staan, maar mag dat niet doen ten koste van mijn energie, mijn toekomst, mijn creativiteit, mijn levenslust en mijn drang naar rust, veiligheid en stabiliteit. Ik heb zo ontzettend lang op adrenaline geleefd, en dat heeft me gesloopt.

Hij is altijd welkom. Ik zie hem, ook wanneer hij zichzelf niet ziet. Maar ik moet mezelf óók blijven zien. Anders verliest het allebei zijn betekenis. En precies daar zit dat pijnlijke schuldgevoel: het idee dat ik méér had moeten dragen. Maar de waarheid is dat echte liefde niet vraagt om zelfvernietiging. Het vraagt om eerlijkheid. Om grenzen. Om te blijven zonder jezelf te verliezen. Wat er bij zo'n keuze overblijft is geen sprookje, geen happy ending, maar ook geen einde. Het is liefde in een nieuwe vorm. Zorg zonder mee te zinken. Vasthouden zonder jezelf kwijt te raken. Blijven zien wie hij was, zonder te verdwalen in wie hij nu is.

Zacht én hard tegelijk. Warm én pijnlijk. Liefde met rouw erin geweven. En dat schuldgevoel? Dat moet ik leren dragen. Want mijn onvoorwaardelijkheid blijft dan, alleen niet meer op een manier die mij kapot maakt.

 

Terug naar blog