Als erkenning uitblijft

Als erkenning uitblijft

 

De afgelopen tijd heb ik iets in mezelf gezien waar ik niet meer omheen kan. Het is geen kleine realisatie. Het is iets dat pijn doet om onder ogen te zien, maar dat zich steeds opnieuw aandient. Hij heeft het contact met mij beëindigd omdat hij voor zijn gezin kiest. En laat ik daar meteen helder over zijn: die keuze heb ik altijd gerespecteerd. Dat is nooit de strijd geweest. Ik heb hem dat ook gezegd. Vanaf het begin wist ik dat zijn gezin op de eerste plek stond en dat heb ik nooit proberen te veranderen. Maar in dat afscheid heb ik wel één ding uitgesproken. Geen verwijt. Geen poging om hem terug te trekken. Alleen een kanttekening die ik niet kon inslikken: dat ik het heel erg vind dat er nergens erkenning is voor mijn verdriet.


In eerste instantie vroeg ik niet eens veel. Ik vroeg alleen om een beetje omkijken naar. Niet om zijn keuze te veranderen, niet om zijn gezin op het spel te zetten, maar gewoon om het gevoel dat ik als mens niet volledig uit beeld zou verdwijnen. Dat er ergens nog even werd gekeken naar hoe het met mij ging na alles wat er gebeurd was. Dat kon hij al niet geven. En nu blijkt dat zelfs erkenning al te veel is.


Wat het nog pijnlijker maakt, is dat ik hem dat ook meermaals heb verteld. Ik heb hem letterlijk gezegd hoe moeilijk het voor mij is dat hij niet reageert op mijn verdriet. Dat ik niet vraag om iets terug te draaien, maar alleen om gezien te worden in wat er met mij is gebeurd. Want mijn pijn gaat niet alleen over hem verliezen. Mijn pijn gaat ook over alles wat er tussen ons is gebeurd en wat dat in mijn leven heeft losgemaakt.


Ik draag namelijk nog elke dag de naweeën van onze EUG. Die gebeurtenis heeft mijn leven niet alleen emotioneel geraakt, maar ook fysiek en mentaal diep door elkaar geschud. Ik ben daar bijna aan overleden. Dat is geen klein detail in een verhaal dat daarna zomaar afgesloten kan worden. Dat is iets wat in je lijf blijft zitten, in je zenuwstelsel, in de manier waarop je naar jezelf en naar het leven kijkt.


De nasleep daarvan draag ik nog steeds met me mee. Ik loop nog steeds bij een gynaecoloog omdat mijn lichaam nog bezig is met herstellen van wat er is gebeurd. Inmiddels is vastgesteld dat mijn endometriose niet meer ‘gewone’ endometriose is, maar diepinvasieve endometriose. Mijn baarmoeder ligt gekanteld tegen mijn darmen aan, wat dagelijks pijn veroorzaakt. Daarnaast ben ik nog steeds bezig met bekkenbodemfysiotherapie omdat mijn lichaam de spanning en het trauma van wat er is gebeurd vasthoudt. Een chirurg is nog steeds met mij bezig vanwege de fysieke gevolgen van de EUG. Mijn zenuwstelsel staat nog zo onder spanning dat het zich zelfs uit in mijn kaken. Ik loop rond met kiespijn terwijl er niets mis is met mijn tanden, het is pure spanning die zich daar vastzet.


Dat is de realiteit waarin ik leef.


En juist daarom heb ik hem gezegd dat het me zo diep raakt dat hij mijn pijn niet eens kan erkennen. Niet omdat ik verwacht dat hij iets oplost. Niet omdat hij verantwoordelijk is voor mijn herstel. En ook niet omdat ik wil dat hij zijn keuze verandert. Ik vraag hem alleen om te zien dat dit ook met mij iets heeft gedaan. Dat wij samen in dat verhaal hebben gestaan.


Ik heb hem zelfs verteld dat onze verbinding lagen in mij heeft aangeraakt die teruggaan naar mijn jeugd. Dat wat er tussen ons gebeurde stukken in mij heeft opengelegd die diep in mijn geschiedenis liggen. Dat hij daardoor een enorme impact op mij heeft gehad. Dat zijn geen woorden die je zomaar tegen iemand zegt. Dat zijn woorden die je alleen uitspreekt wanneer iemand echt diep in je leven is gekomen.


En toch komt zelfs daarvoor geen erkenning. Niet één zin. Niet één moment van: ik zie dat dit jou heeft geraakt. En ergens voelt dat alsof ik voor hem uiteindelijk gewoon niets waard ben geweest.


Wat misschien nog moeilijker maakt hoe zwaar dit voelt, is dat mijn therapie nog niet eens is gestart. Ik zit midden in een periode waarin ik juist begeleiding nodig heb om alles wat er is gebeurd te verwerken, maar dat traject moet nog beginnen. Daardoor zit ik op dit moment nog volledig alleen met mijn emoties en gevoelens. Ik heb sinds zijn vertrek geen dag gehad waarop ik niet heb gehuild.


Omdat alles bij hem samenkwam. Omdat hij in een periode waarin mijn leven donker was ook een lichtpunt is geweest. Iemand bij wie ik me gezien voelde, iemand die me het gevoel gaf dat ik er niet alleen doorheen hoefde. En nu sluit juist dat grootste lichtpunt uit die periode de deur voor me.


Er zijn momenten waarop ik echt geen uitweg zie. Dat heb ik ook benoemd. Ik heb zelfs een blog geschreven waarin ik eerlijk heb gedeeld dat er momenten zijn waarop ik denk dat het misschien beter zou zijn als het leven gewoon voorbij is. Niet omdat ik concrete plannen heb om mezelf iets aan te doen — die heb ik niet — maar omdat de zwaarte van alles soms zo groot voelt dat het moeilijk is om nog perspectief te zien.


Hij heeft die blog gelezen.


Kort daarna kreeg ik een bericht van hem waarin hij vertelde hoeveel pijn er bij hem en zijn gezin zit. Dat hij worstelt met schuld en verdriet en dat hij soms zelfs zelfmoordgedachten heeft. En wat doe ik? Mijn eerste reactie is zorg voor hem dragen. Ik vertel hem hoe erg ik het vind dat hij zich zo voelt, dat hij er niet alleen voor staat en dat het me raakt om te horen hoe zwaar hij het heeft.


Terwijl ik eigenlijk misschien nog wel meer heb verteld over wat het met mij doet.


En daar is nooit erkenning voor gekomen.


Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, speelt er op dit moment nog veel meer in mijn leven. Mijn relatie is inmiddels kapot. Maar ook dat verhaal is niet zo eenvoudig als alleen een breuk. In de periode dat degene met wie ik die relatie had voor mij zorgde toen ik midden in de medische ellende zat, heeft een buurman tegen de woningbouw verklaard dat hij niet thuis was. Op basis van die verklaring wil de woningbouw hem nu uit de woning zetten. In april hebben wij daarom een rechtszaak. En het wrange is dat hij verder eigenlijk niemand heeft behalve mij.


Daarbovenop loop ik volledig vast in mijn re-integratie bij mijn werkgever. Ik probeer al lange tijd duidelijk te maken wat ik nodig heb om weer op een gezonde manier terug te keren naar werk, maar mijn werkgever lijkt dat niet te willen begrijpen. Het lijkt er inmiddels zelfs op dat dit uiteindelijk gaat uitlopen op een afscheid.


Ik ben ook net verhuisd en in mijn nieuwe woning blijkt een verborgen gebrek te zitten dat bij de aankoop niet zichtbaar was. Dat probleem heeft mogelijk ook juridische gevolgen. Dus zelfs mijn nieuwe begin blijkt alweer een nieuwe strijd met zich mee te brengen.


En ondertussen gaat het met mijn moeder ook steeds slechter. Zij heeft CAA, een chronische hersenaandoening. In de afgelopen jaren heeft zij meerdere hersenbloedingen, herseninfarcten en epileptische aanvallen gehad en dat gaat inmiddels gepaard met vasculaire dementie. Zij heeft ook nog kanker gehad. Ik heb haar destijds zelfs vanuit mijn ziekenhuisbed moeten verhuizen. En nu, net een jaar later, moet zij opnieuw verhuizen omdat haar dementie zo ver is gevorderd dat zij op de plek waar zij woont niet meer behandeld kan worden.


Er speelt dus op dit moment zó veel tegelijk in mijn leven dat het soms voelt alsof alles tegelijkertijd beweegt en instort.


En juist in die periode had ik misschien het meest gehoopt dat er op zijn minst één moment van erkenning zou zijn voor wat dit allemaal met mij doet.


Maar zelfs dat blijkt te veel.


Halverwege al deze gebeurtenissen besef ik soms iets wat me stil maakt. Ik heb uitgesproken dat mijn pijn niet wordt gezien, en mijn eerste reflex is nog steeds om zijn pijn te dragen.


Waarom doe ik dat?


Is hij fout of ben ik fout?


Misschien is dat wel de verkeerde vraag. Misschien botsen hier gewoon twee manieren van omgaan met pijn. Hij lijkt zich terug te trekken in zijn wereld, waar hij probeert de schade thuis te herstellen en zijn schuldgevoel te dragen. Alles daarbuiten wordt stilgezet, alsof het stuk van zijn leven waar ik in voorkwam afgesloten moet worden om verder te kunnen.


En ik doe juist het tegenovergestelde. Ik blijf verbinden. Ik blijf voelen. Ik blijf kijken naar de ander, zelfs wanneer die ander wegkijkt. Zelfs wanneer die ander mij achterlaat met mijn eigen verdriet.


Het pijnlijke is dat dit geen nieuwe ontdekking is. Eigenlijk loop ik hier al mijn hele leven tegenaan. Mensen lijken zich vaak intens aan mij te hechten. Ik hoor hoe belangrijk ik voor ze ben. Hoe groot mijn steun voor ze is. Hoe bijzonder het is dat ik hen zo begrijp. Hoe veilig ze zich bij mij voelen. Ik ben meerdere keren in mijn leven uitgeroepen tot iemands beste vriendin.


Maar wanneer een fase voorbij is of iemand een andere richting opgaat in zijn leven, voelt het soms alsof ik ineens uit hun wereld verdwijn. Alsof de band die er was voor mij wel echt was, maar voor de ander blijkbaar niet iets dat blijft bestaan. Dan moet ik het doen met een mededeling, met afstand, met stilte. En vervolgens mag ik het zelf oplossen.


Dat is misschien wel het verdrietigste stuk van alles. Niet dat iemand een andere weg kiest, maar dat er niemand even achterom kijkt. Dat er niemand even zegt: ik zie dat dit jou pijn doet.


Onder al deze inzichten zit uiteindelijk iets dat nog veel rauwer is. Het besef dat het stukje van mezelf dat ik aan mensen geef — de zorg, het kijken naar iemand, het willen begrijpen, het dragen van een ander wanneer het moeilijk wordt — iets is wat ik zelf eigenlijk nog nooit op dezelfde manier heb terugontvangen.


Misschien raakt het me bij hem juist zo diep omdat ik dacht dat het dit keer anders was. Dat wij op dezelfde manier in die verbinding stonden. Dat we elkaar op dezelfde manier zagen. Dat we elkaar op dezelfde manier droegen.


En misschien is dat uiteindelijk het meest pijnlijke inzicht van alles. Niet alleen dat iemand weggaat, maar dat je moet erkennen dat iets waarvan je dacht dat het wederzijds was misschien toch vooral iets is geweest wat jij hebt gegeven.


En misschien is het daarom dat dit stukje in mij nu zo open en rauw ligt. Zo bloot dat ik me soms afvraag of ik me ooit nog echt kan verbinden aan mensen. Omdat ik ergens diep vanbinnen steeds banger word voor de teleurstelling die daarna zal volgen.

Terug naar blog