Er zijn van die momenten dat een paar regels tekst zwaarder wegen dan ze op het eerste gezicht lijken. Het gaat niet om de woorden zelf, maar om alles wat erdoorheen ademt: verlangen, onzekerheid, hoop.
Ik merk dat ik heen en weer word geslingerd. Het ene moment voel ik de behoefte om hem gewoon te laten weten dat ik er nog ben, dat ik stappen zet en dat ik hem het beste gun. In die impuls klinkt warmte, maar ook mijn behoefte aan erkenning. Alsof ik wil zeggen: kijk, ik beweeg, ik groei, en ik draag je nog altijd een goed hart toe.
En toch is er ook de terughoudendheid. De herinnering aan zijn laatste koele antwoorden. Het stille gevaar dat hij mijn woorden anders leest dan ik ze bedoel, dat hij denkt dat ik hem iets opleg of te dichtbij kom. In dat scenario word ik degene die zijn grens overschrijdt, terwijl het eigenlijk hij is die alle kaders bepaalt. Het maakt me bang om hem weg te duwen door juist contact te zoeken. Alsof elk gebaar verkeerd uitgelegd kan worden. En dat terwijl we elkaar altijd feilloos aanvoelden.
In die innerlijke strijd voel ik ook de kern: het gemis van mijn maatje. Iemand met wie ik kon praten, sparren, lachen. We hadden aan een half woord genoeg. Die nabijheid is weg, en wat overblijft is een leegte waarin ik balanceer tussen hoop en zelfbescherming. Misschien is dat ook waar dit allemaal echt over gaat. Niet over dat ene bericht, maar over mijn verlangen naar verbinding en mijn angst voor afwijzing. Ik zoek naar een weg waarop ik trouw blijf aan mijn eigen gevoel, zonder mezelf klein te maken voor de grillen van een ander.
Daarom probeer ik het zo te zien: een bericht sturen mag gewoon een gebaar van vriendelijkheid zijn. Wat hij ermee doet, is aan hem. Voor mij telt vooral dat ik trouw blijf aan wat ik voel en dat ik dit uit een zuivere intentie doe. Maar dit keer laat ik het bericht toch ongeschreven. Het doet me nog te veel verdriet, en misschien is dat een teken dat de wond dieper zit dan ik mezelf wil toegeven. Nog elke dag laat ik er tranen om.
Soms denk ik dat alleen die verbinding het zou kunnen stoppen en zo niet, weet ik niet hoe, maar ik weet wel dat het zo niet kan blijven. Achter alle twijfel en woorden blijft maar één waarheid over: ik mis mijn maatje, en ik verlang ernaar dat dit ooit minder pijn doet.