Onbevattelijk onmenselijk

Ik voel tegelijk enorm veel verdriet en boosheid. Verdriet omdat ik je zó intens mis, en boos omdat dit afscheid zo oneerlijk voelt.


En wat ik daarin misschien nog wel het meeste mis, is niet eens de kans op een relatie, een herstart van wat we hadden of een toekomst als vrienden. Ik begrijp echt wel dat ons contact niet terug kan naar hoe het was. Ik weet ook dat situaties veranderen en dat mensen keuzes maken.


Wat ik mis, is de menselijkheid.


Gewoon het besef dat iemand die zó dichtbij je is geweest, je niet volledig behandelt alsof je nooit iets hebt betekend. Dat iemand die weet wat jij hebt doorgemaakt, nog een klein stukje zachtheid overhoudt. Niet uit verplichting of omdat er weer iets moet ontstaan, maar gewoon omdat je ooit belangrijk voor elkaar bent geweest.


Nooit eerder kwam iemand zo dichtbij als jij. Niet alleen lichamelijk, maar juist emotioneel. Ik voelde me veilig bij je. Gezien. Rustig. Alsof ik mezelf niet voortdurend hoefde uit te leggen. Jij begreep me op een manier die maar weinig mensen doen. Daardoor voelde onze band voor mij op een gegeven moment veel groter dan alleen aantrekkingskracht of seks. Het voelde als een echte verbondenheid met iemand die me écht kende.


En misschien is dat ook waarom dit zo hard binnenkomt. Want ik wist ergens altijd dat de seks tussen ons ooit zou eindigen. Dat vond ik niet eens het moeilijke deel. Maar de band zelf voelde stabiel. Alsof die, ondanks alles, altijd wel in een bepaalde vorm van warmte en wederzijds respect zou blijven bestaan.


En toen gebeurde de EUG. Ik was bijna dood.

 

Dat klinkt zwaar, maar dat was wel de realiteit. Een spoedoperatie. Een lichaam dat ineens letterlijk gevaar liep. Angst, pijn, lichamelijke schade, een enorm litteken van heup tot heup en daarna mentaal nooit meer helemaal dezelfde zijn. En jij was daar onderdeel van. Niet als buitenstaander, maar als iemand die verweven was met die hele gebeurtenis. Juist daarom voelt jouw afstand daarna voor mij zo heftig.

 

 


Wat het voor mij zo moeilijk maakt om af te sluiten, is dat jouw afstand geforceerd voelt. Niet als iets dat natuurlijk ontstond, maar als iets wat je koste wat kost probeert vol te houden. En juist daardoor blijft alles wringen in mijn hoofd.


Want hoe kan iemand zeggen dat hij van je houdt, dat je speciaal bent, dat hij aan je gehecht is geraakt, om je daarna zó in de kou te laten staan? Dat is wat ik niet logisch krijg.


Want ondertussen zie ik dat jij prima in staat bent om normaal menselijk contact te hebben met anderen. Bij wijze van spreken stuur je een vage kennis op Facebook nog een ‘gefeliciteerd’, terwijl iemand die zó dichtbij je is geweest volledig genegeerd moet worden. En dan voelt het alsof ik dus nog minder besta dan een oppervlakkige kennis, terwijl jij juist degene bent die verbonden is aan één van de meest ingrijpende periodes van mijn leven.


Ik draag letterlijk een litteken van heup tot heup. Ik draag de lichamelijke gevolgen waarvoor ik bij de fysio loop. Ik draag de mentale klap van die periode. Ik draag het verlies van hoe ik me vóór die EUG voelde. Ik draag alle verwarring, pijn en verwerking die daarna kwam. Ik ga straks een heel zwaar therapietraject tegemoet.


En jij was daar niet zomaar een toevallige voorbijganger in. Jij was degene bij wie ik rust vond terwijl alles instortte. Jij was degene die me begreep, die me las zonder uitleg, die me liet voelen dat ik gezien werd. Jij was onderdeel van die hele periode. Niet aan de zijkant, maar middenin.


En juist daarom voelt het zo onmenselijk dat zelfs iets kleins, een ‘ik denk aan je’, een ‘hoe gaat het’, een ‘gefeliciteerd’, blijkbaar al te veel is geworden. Zou je de moeder van je kinderen ook zo behandelen als de relatie toch ooit eindigt? Zoals ik je heb leren kennen, daar past dit alles niet bij. Het klopt voor geen meter.


Want wat moet ik daar dan van maken?


Dat iemand maandenlang warmte, intimiteit, verbondenheid en liefde kan tonen, maar vervolgens iemand volledig emotioneel kan laten vallen zodra het ingewikkeld en pijnlijk wordt?


Dat is niet alleen verdrietig. Dat maakt de hele verwerking ook kapot. Want daardoor voelt het niet alsof iets rustig eindigde, maar alsof ik ineens alleen ben achtergelaten met de volledige emotionele en lichamelijke impact van iets waar we allebei onderdeel van waren.


En dat maakt het zo moeilijk om los te laten.
Omdat jouw afstand niet voelt als waarheid, maar als iets wat je jezelf oplegt. Terwijl ik ondertussen moet leven met alles wat wél echt was: de gesprekken, de verbondenheid, de rust die ik bij je voelde, de manier waarop jij me las, de intimiteit, de veiligheid, het gevoel dat ik mezelf mocht zijn, de warmte tussen ons, de woorden die je zei, de manier waarop je me vasthield, de hechting en daarmee de vriendschap die tussen ons ontstond, en uiteindelijk dus de EUG.

 


Een gebeurtenis waarin ik lichamelijk ternauwernood overeind bleef, waarin mijn lichaam werd opengesneden van heup tot heup, waarin alles ineens draaide om overleven. Een gebeurtenis die onlosmakelijk met jou verbonden raakte. Want ja het was wel van jou. En daar konden we beide niks aan doen, maar wel beide verantwoordelijkheid voor nemen.


En dat is nog wel het pijnlijkste van alles… dat ik in de maanden met jou daarna ergens nog redelijk medisch herstelde, juist omdat jij er nog was en ik me gedragen voelde door die verbondenheid tussen ons… maar dat de echte mentale klap pas daarna kwam. Toen jij verdween. Toen ik ineens alles alleen moest dragen.


Want sinds die EUG is er iets in mij veranderd.
Ik ben niet meer helemaal degene die ik daarvoor was. Niet alleen lichamelijk, maar ook mentaal en emotioneel. Alsof er ergens iets is opengebroken wat ik zelf nog steeds niet goed begrijp. En eerlijk? Ik weet soms ook niet meer hoe ik hieruit moet komen.


Juist daarom had het me zo geholpen als er nog een klein stukje menselijkheid van jouw kant was geweest. Niet een relatie. Niet opnieuw beginnen. Niet terug naar wat we hadden. Niet eens een vriendschap.

 


Gewoon af en toe het gevoel dat ik er nog mag zijn als mens voor iemand die hier óók onderdeel van was.


Want ik ben nog lang niet genezen van een EUG die wel van jou was. Alleen moet ik die volledige fysieke en bovenal mentale nasleep helemaal alleen dragen. Helemaal alleen. En dat is onmenselijk.


En dat doet nog wel het meeste pijn:
niet dat je niet bij me bent,
maar dat je er nooit naar vraagt.

 

Voor jou ben ik een herinnering. Voor mij ben jij mijn dagelijkse realiteit.

 

En toch… hou ik nog steeds van je…

Back to blog