Ik denk dat het meest pijnlijke aan verlies niet eens het afscheid zelf is, maar de manier waarop iemand daarna doet alsof jouw bestaan ineens te zwaar geworden is om nog aan te raken. Dat iemand die ooit zo dichtbij kwam, die je lichaam kende, je gedachten kende, je kwetsbaarheid kende, ineens doet alsof zelfs een simpel “gefeliciteerd” te veel gevraagd is. Alsof menselijkheid ineens gevaarlijk is geworden. Alsof beleefdheid een opening zou zijn die koste wat kost vermeden moet worden.
Dat voelt zo ontzettend pijnlijk. Niet het feit dat iemand geen relatie met je aangaat of dat iemand kiest voor zijn bestaande leven, maar dat iemand die ooit warmte gaf, daarna volledige emotionele afwezigheid kiest richting juist degene die het meeste geraakt werd.
Want ondertussen zie je wel dat die zachtheid blijkbaar nog bestaat. Dat hij anderen die nooit zo dichtbij kwamen wél aandacht kan geven. Dat hij wél kan reageren, lachen, praten, flirten, contact maken. Dat hij wél vriendelijkheid kan tonen aan mensen die hem nauwelijks kennen. Maar ik? Ik krijg stilte, terwijl ik degene was voor wie hij gevoelens had, en ik degene was die hem, naar eigen zeggen, begreep.
Ik, die alles voor hem over had. Ik, die hem niet probeerde kapot te maken. Ik, die hem geen gezin wilde afpakken. Ik, die hem juist zag zoals hij was, inclusief zijn situatie, zijn twijfel en zijn pijn. Ik, die bijna doodging aan een buitenbaarmoederlijke zwangerschap van hem. Ik, die daarna achterbleef met een lichaam en zenuwstelsel dat nooit meer helemaal hetzelfde voelde.
En dat is zó enorm pijnlijk eraan. Dat iemand blijkbaar wel luchtige verbindingen kan onderhouden met mensen waarbij geen echte emotionele lading zit, maar degene met wie het écht dichtbij kwam volledig moet verdwijnen. Alsof juist de vrouw die het meest heeft gedragen ineens geen veilige plek meer is om nog menselijk tegen te doen. En dat terwijl ik mezelf nooit op de voorgrond plaatste en altijd een stap achteruit deed om hem en zijn gezin te respecteren.
Soms voelt het alsof alle verantwoordelijkheid bij mij is neergelegd. Alsof ik degene ben geworden die moet leven met de impact, de stilte, de verwarring, de lichamelijke nasleep, de trauma-reacties, de vragen, de pijn, de herinneringen en het verlies. Hij heeft het over de pijn in zijn gezin en zijn eigen verdriet, maar wat dit alles met mij doet wordt niet genoemd, niet erkend en niet afgesloten. Terwijl die verbinding nooit alleen van mij was.
Want liefde ontstaat niet in een vacuüm. Intimiteit ontstaat niet alleen. Je kunt iemand niet diep toelaten, veiligheid geven, woorden geven, aanraking geven, nabijheid geven en daarna doen alsof die ander “te veel voelde” zonder ook verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen aandeel daarin. Hij erkende dat in woorden op de dag dat hij er een punt achter zette, maar ik zag het niet terug in zijn daden. Een soort van: 'ja kut voor je' en vervolgens ging de deur dicht. Geen omkijken meer naar mij. Geen menselijkheid. Complete desinteresse in hoe het met mij ging. Ondanks dat ik hem meermalen op de hoogte bracht van wat het met mij deed. Een week nadat ik dat vertelde zelfs geen 'Ondanks alles, gefeliciteerd met je verjaardag'. Het was een 'zoek het maar uit' zonder woorden.
En dat... Dat doet zo intens veel pijn. Niet alleen het gemis van hem, maar het gevoel dat mijn waardigheid ergens onderweg is verdwenen. Dat een vreemd persoon of een klant van zijn bedrijf blijkbaar nog een glimlach, aandacht of vriendelijkheid krijgt, maar ik, iemand die hem oprecht liefhad en bijna stierf aan iets wat van ons samen was, behandeld word alsof zelfs minimale zachtheid teveel gevraagd is.
Soms zit ik alleen in de auto en schreeuw ik het letterlijk uit van verdriet. Niet een beetje huilen. Niet een paar tranen die daarna zakken. Maar oerkreten van pijn waarvan ik niet wist dat een mens ze in zich kon dragen. Ja, als je een kind verliest ofzo... Dan kan ik me dat indenken. Maar dit heb ik zelf nooit meegemaakt. Alsof mijn hele lichaam nog steeds probeert iets kwijt te raken wat nergens heen kan. De tranen gaan niet weg. De pijn verzacht niet. De leegte blijft.
Twee vriendinnen die mij al bijna twintig jaar kennen, vrouwen die werkelijk alles van me hebben gezien, hebben me nog nooit zo meegemaakt. Ik stond juist bekend als luchtig. Vrij. Iemand die in het moment leefde. Impulsief misschien. Intens soms. Maar altijd levend. Altijd met humor. Altijd weer terugverend. Ik beschikte over een enorme veerkracht. Maar daar is niks van over sinds zijn vertrek. Sinds het verlies van hem… sinds de EUG… ben ik nooit meer helemaal de oude geworden. Alsof er iets in mij is opengebroken wat niet meer dicht wil.
Volgende week start mijn therapietraject. Op mijn eigen verzoek want ik weet rationeel precies wat ik zou moeten doen. Het is niet omdat iemand vindt dat ik “gek” ben. Niet omdat ik geen inzicht heb. Het is juist het tegenovergestelde. Mijn psycholoog zegt dat ik veel zelfreflectie heb. Dat ik mijn patronen goed kan benoemen. Dat ik begrijp waar mijn systemen vandaan komen. Dat ik geen persoonlijkheidsstoornis heb. Dat ik opmerkelijk veel inzicht heb in mijn eigen binnenwereld. Maar weten en voelen lopen bij mij niet meer gelijk.Mijn hoofd begrijpt dingen die mijn lichaam weigert te accepteren. Rationeel snap ik verlies. Ik snap hechting. Ik snap trauma. Ik snap vermijding. Ik snap waarom iemand kan vluchten voor gevoelens die te groot worden. Ik snap zelfs dat liefde niet altijd genoeg is om samen te eindigen.
Maar mijn zenuwstelsel begrijpt het niet. Mijn lijf begrijpt niet waarom iemand die zo dichtbij voelde ineens compleet verdwijnt. Mijn lijf begrijpt niet waarom iemand die ooit veiligheid gaf nu voelt als afwezigheid. Mijn lijf begrijpt niet waarom ik hem nog steeds overal voel terwijl hij mij behandelt alsof ik niet meer besta. En ik weet niet meer hoe ik hieruit moet komen. Dat vind ik misschien nog wel het engste om toe te geven. Want ik ben altijd iemand geweest die zichzelf uiteindelijk weer bijeen raapte. Altijd. Hoe hard het leven ook binnenkwam. Maar dit… dit zit dieper dan alles wat ik ooit gevoeld heb.
En ergens ben ik ook bang voor de therapie. Bang dat iemand me gaat vertellen dat ik hem moet loslaten. Dat ik verder moet. Dat ik moet accepteren dat hij weg is. Dat liefde soms niet genoeg is. Een therapeut is geen magisch wonder. Ik zal het zelf moeten doen. En hoewel ik keihard wil bewegen omdat ik me al een jaar niet goed voel, blokkeer ik die beweging zelf, omdat hem loslaten pijnlijker is dan al dit verdriet bij elkaar.
Normaal gesproken zou ik dat advies van loslaten zelf ook geven aan iemand anders. Maar bij hem lukt het me niet. Omdat dit gevoel niet oppervlakkig voelt. Niet tijdelijk. Niet alsof ik gewoon moeite heb met afwijzing of alleen zijn. Het zit veel dieper dan dat. Alsof ik niet alleen iemand kwijt ben geraakt, maar ook een deel van mezelf dat alleen bestond wanneer hij dichtbij was. Of ik dit ooit in mezelf ga vinden? Dat zal vast. Maar ik hoop tegelijkertijd dat ik hem daarom niet hoef los te laten. Want het idee alleen al maakt me intens bang en vol van een verdriet dat niet in woorden uit te drukken is.