Ik ben geen herinnering

Ik kan niet begrijpen hoe iemand van wie je houdt je leven binnen kan wandelen, je hart kan raken op plekken waarvan je niet eens wist dat ze bestonden, je kan vasthouden op de meest kwetsbare momenten van je leven, samen met jou iets kan meemaken dat je voor altijd met je meedraagt, en vervolgens kan verdwijnen alsof je nooit hebt bestaan. Dat is de vraag waar ik iedere dag opnieuw tegenaan loop. Niet omdat ik niet begrijp dat mensen keuzes maken. Niet omdat ik niet begrijp dat relaties ingewikkeld zijn. Niet omdat ik niet begrijp dat iemand kan kiezen voor zijn gezin. Maar omdat ik niet begrijp hoe je de mens achter die keuze volledig kunt loslaten.


Ik ben geen hoofdstuk in een boek dat je dicht kunt slaan. Ik ben geen herinnering die je in een doos stopt en op zolder zet. Ik ben een mens. Een mens die van je gehouden heeft. Een mens die met je heeft gelachen. Een mens die je heeft vertrouwd. Een mens die je heeft toegelaten op de meest kwetsbare plekken van haar bestaan. En een mens die bijna gestorven is. Niet door een willekeurige gebeurtenis. Niet door iets wat los stond van jou. Ik lag op een operatietafel omdat ik zwanger was van jou. Omdat er iets van ons groeide ook al was dat niet de bedoeling. Omdat mijn lichaam een zwangerschap droeg die uiteindelijk mijn leven in gevaar bracht. Mijn bijna doodgaan staat voor altijd verbonden aan jou. Niet als schuld. Niet als verwijt. Maar als onontkoombaar feit. Die gebeurtenis zal altijd onderdeel zijn van ons verhaal, of we dat nu willen of niet. En jij stopt het gewoon maar weg.


Misschien is dat wel waarom jouw afwezigheid zo anders voelt dan een gewone breuk. Dit voelt niet als een ex die verdergaat met zijn leven. Het voelt niet als een vriendschap die langzaam verwaterd is. Het voelt niet als twee mensen die uit elkaar groeien. Want hoeveel mensen lopen er rond die kunnen zeggen dat ze bijna zijn gestorven terwijl ze zwanger waren van iemand van wie ze hielden? Hoeveel mensen delen zo’n geschiedenis? Hoeveel mensen dragen samen een gebeurtenis die zo ingrijpend is? Wie kent een leven vóór en na? Ik wel en jij bent daaraan verbonden; en daar hebben we beide niet voor gekozen.


Juist daarom begrijp ik niet hoe je daarna volledig kunt verdwijnen. Niet omdat ik verwacht dat iemand zijn gezin verlaat. Niet omdat ik verwacht dat iemand voor mij kiest. Niet omdat ik verwacht dat liefde alles overwint. Maar omdat ik niet begrijp hoe je kunt weten wat iemand heeft meegemaakt, hoe je kunt weten hoeveel pijn, verdriet, angst en verlies er is geweest, en vervolgens kunt besluiten dat die persoon niets meer van je hoeft te horen. Niet vandaag. Niet morgen. Niet over een maand. Niet over een jaar. Nooit meer.


Wat mij kapotmaakt, is niet eens dat je niet voor mij gekozen hebt. Wat mij kapotmaakt, is dat je mij behandelt alsof ik niemand ben. Alsof alles wat we gedeeld hebben geen enkele menselijke waarde meer heeft. Alsof je iemand eerst mag leren kennen in haar diepste verdriet, haar grootste kwetsbaarheid, haar mooiste momenten, haar donkerste momenten, samen een zwangerschap mag meemaken die eindigt in verlies en levensgevaar, en daarna mag doen alsof die persoon nooit heeft bestaan.


Ik vraag niet om een relatie. Ik vraag niet om toekomstplannen. Ik vraag niet om liefde. Ik vraag me alleen af hoe het mogelijk is dat iemand die ooit beweerde om mij te geven, die wist wat ik heb meegemaakt, die wist hoeveel verdriet ik had, die wist dat ik bijna gestorven ben terwijl ik zwanger was van hem, niet één keer denkt: hoe zou het eigenlijk met haar gaan?


Dat is de vraag die blijft terugkomen. Want zelfs mensen die nauwelijks een rol in mijn leven hebben gespeeld, vraag ik soms hoe het met ze gaat. Oude collega’s. Vage kennissen. Mensen die ik jaren niet gesproken heb. Gewoon omdat ze mens zijn. Gewoon omdat iedereen zijn strijd voert. Gewoon omdat een klein beetje aandacht soms het verschil kan maken tussen je gezien voelen en je compleet alleen voelen. Maar degene die mij van dichtbij heeft gezien. Degene die wist hoe diep ik kon vallen. Degene die wist hoeveel pijn ik had. Degene met wie ik een gebeurtenis heb gedeeld die ons leven allebei voor altijd heeft veranderd. Die kijkt niet meer om. Niet een beetje. Niet af en toe. Helemaal niet.


En misschien is dat wel de grootste tragedie van dit verhaal. Niet dat ik iemand verloren ben van wie ik hield. Maar dat ik heb moeten ontdekken dat de persoon die ooit zo dichtbij voelde, blijkbaar in staat is om volledig weg te kijken van mijn verdriet. Dat doet iets met een mens. Het laat je twijfelen aan herinneringen. Aan woorden. Aan momenten. Aan alles waarvan je dacht dat het echt was. Want als iemand werkelijk om je geeft, hoe kan diegene dan zo achteloos omgaan met jouw afwezigheid? Hoe kan iemand weten dat je huilt, worstelt, rouwt en probeert overeind te blijven, en toch besluiten om volledig stil te blijven?


Misschien is dat precies waarom dit verdriet niet verdwijnt. Omdat het niet alleen gaat over gemis. Het gaat over het gevoel dat iemand die ooit zo belangrijk voor je was, jouw pijn niet belangrijk genoeg vindt om zelfs maar te erkennen dat die bestaat. Terwijl zijn pijn, de pijn van zijn relatie en de pijn van zijn gezin wel voortdurend benoemd worden. Alsof er maar één kant van het verhaal bestaat. Alsof er maar één groep mensen is die bescherming verdient. Alsof mijn verdriet geen plek mag innemen omdat het ongemakkelijk is. Maar ook ik ben een mens. Ook ik heb verloren. Ook ik heb gerouwd. Ook ik heb iets meegemaakt dat de rest van mijn leven onderdeel van mij zal blijven.


Dat is misschien wel wat het meeste pijn doet. Niet dat iemand voor een ander kiest. Niet dat iemand grenzen trekt. Niet dat iemand verdergaat met zijn leven. Maar dat iemand die ooit zo dichtbij is geweest, die weet wat ik heb meegemaakt, die weet dat ik bijna gestorven ben terwijl ik zwanger was van hem, zich gedraagt alsof ik een vreemde ben geworden. Alsof ik ben veranderd van een mens van vlees en bloed in een herinnering die makkelijker is om te negeren dan om naar om te kijken.


Ik heb nooit gevraagd om gekozen te worden. Ik heb nooit gevraagd of iemand zijn leven voor mij moest opgeven. Ik heb nooit gevraagd om een relatie. Ik heb alleen gehoopt dat ik, na alles wat we samen hebben meegemaakt, na een zwangerschap, na verlies, na een operatie waarbij ik bijna mijn leven verloor, ondanks alle ingewikkeldheid en ondanks alle keuzes die gemaakt moesten worden, nog genoeg mens voor je zou blijven om af en toe te vragen: “Hoe gaat het met je?”


Blijkbaar was zelfs dat te veel gevraagd.

Back to blog